Naar hoofdinhoud
Wanneer zij de jaarprogramma's voor manoeuvres en andere oefeningen indienen, stellen de autoriteiten van een krijgsmacht de Bondsminister van Defensie in kennis van de eenheden met een sterkte van ten minste een bataljon/regiment in geval van tactische oefeningen met troepen of van ten minste 600 manschappen in geval van tactische oefeningen zonder troepen, die voor manoeuvres en andere oefeningen naar de Bondsrepubliek worden overgebracht. De Bondsminister van Defensie stelt de autoriteiten van een krijgsmacht in kennis van de beslissing van de bevoegde Duitse autoriteiten, te zamen met de beslissing inzake de jaarprogramma's voor manoeuvres en andere oefeningen. Ingeval afwijzend wordt beslist, worden de redenen hiervoor medegedeeld aan de autoriteiten van een krijgsmacht.

Rechtspraak bij dit artikel