Naar hoofdinhoud
1. Alle in het kader van administratieve bijstand uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie en inlichtingen mogen slechts voor de doeleinden van dit Verdrag en door de douane-administraties worden gebruikt, behalve in de gevallen waarin de douane-administratie die deze informatie verstrekt, uitdrukkelijk haar goedkeuring heeft gehecht aan het gebruik daarvan voor andere doeleinden of door andere autoriteiten. Deze informatie mag, indien de nationale wetgeving van de verstrekkende Verdragsluitende Partij zulks voorschrijft, slechts in strafzaken worden gebruikt nadat het openbaar ministerie of de rechterlijke autoriteiten in de aangezochte Verdragsluitende Partij met dit gebruik hebben ingestemd. 2. Dit artikel belet niet het gebruik of het doorgeven van informatie indien daartoe een verplichting bestaat op grond van de wetgeving van de verzoekende Partij in verband met strafrechtelijke vervolging. Van het voornemen informatie door te geven dient vooraf kennis te worden gegeven. 3. Alle uit hoofde van dit Verdrag ontvangen informatie wordt vertrouwelijk behandeld en daarvoor gelden ten minste dezelfde bescherming en vertrouwelijkheid als die welke voor soortgelijke informatie gelden krachtens de nationale wettelijke en administratieve bepalingen van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied zij wordt ontvangen. 4. Dit artikel laat onverlet de verplichtingen van het Koninkrijk der Nederlanden op grond van de wetgeving van de Europese Unie om informatie te verstrekken aan de Europese Commissie of de douane-administraties van de Lid-Staten van de Europese Unie. Van elk zodanig voornemen tot het verstrekken van informatie zal van tevoren kennis worden gegeven aan de douane-administratie van de Republiek Estland.

Rechtspraak bij dit artikel