Naar hoofdinhoud
1. Uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens vallen onder de nationale wettelijke en administratieve bepalingen inzake gegevensbescherming in elk van beide Verdragsluitende Partijen. Deze bepalingen dienen ten minste in overeenstemming te zijn met de bepalingen in de Bijlage bij dit Verdrag, die een wezenlijk deel van dit Verdrag uitmaakt. 2. Er worden geen persoonsgegevens uitgewisseld uit hoofde van dit Verdrag totdat beide Verdragsluitende Partijen de nodige nationale wettelijke en administratieve bepalingen hebben aangenomen om aan het eerste lid van dit artikel te kunnen voldoen. 3. Zodra het Verdrag tot bescherming van personen met betrekking tot de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens, tot stand gekomen op 28 januari 1981 te Straatsburg, en de nodige nationale wettelijke en administratieve bepalingen ter uitvoering van dat Verdrag voor beide Verdragsluitende Partijen in werking zijn getreden, zijn de bepalingen van dat Verdrag en de nationale wettelijke en administratieve bepalingen ter uitvoering van dat Verdrag van toepassing op de uit hoofde van dit Verdrag uitgewisselde persoonsgegevens en treden zij in de plaats van de in het eerste en tweede lid van dit artikel en in de Bijlage bij dit Verdrag neergelegde bepalingen. 4. De bepalingen van dit artikel en van de Bijlage mogen niet zodanig worden uitgelegd dat daardoor de mogelijkheid voor een Verdragsluitende Partij om betrokkenen een ruimere mate van bescherming toe te kennen dan bepaald in dit Verdrag, wordt beperkt of anderszins wordt aangetast.

Rechtspraak bij dit artikel