Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Realisatiedatum en schadevergoeding in geval van achterstand

Onderdeel van Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de aanleg van een spoorverbinding voor hogesnelheidstreinen tussen Rotterdam en Antwerpen· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1999

1. De Partijen dragen zorg voor een spoedige aanleg van de Hogesnelheidslijn ten einde deze in beide landen terzelfder tijd te voltooien met het oog op haar openstelling voor reizigersvervoer met hogesnelheidstreinen op 1 juni 2005. 2. Zo de Hogesnelheidslijn niet op de Realisatiedatum kan worden opengesteld ten gevolge van achterstand van één der Partijen in de aanleg van de Hogesnelheidslijn op haar grondgebied, zal deze Partij aan de andere Partij bij wijze van schadevergoeding een forfaitaire som per kalenderdag vertraging betalen. Deze som wordt naar prijspeil januari 1997 bepaald op 45.000 (vijfenveertigduizend) Nederlandse gulden in geval van achterstand van België en op 750.000 (zevenhonderdvijftigduizend) Belgische frank in geval van achterstand van Nederland. Beide sommen worden vanaf 1998 jaarlijks geïndexeerd aan het indexcijfer der consumptieprijzen in Nederland respectievelijk België van de maand januari. 3. Zo de Hogesnelheidslijn niet op de Realisatiedatum kan worden opengesteld tengevolge van achterstand van België in de aanleg van de Hogesnelheidslijn op haar grondgebied, zal België bovendien aan Nederland een aanvullende vergoeding betalen, berekend aan de hand van de volgende formule: waar: n = het aantal periodes van zes maanden begrepen tussen de Realisatiedatum en de datum waarop de Hogesnelheidslijn op Belgisch grondgebied kan worden opengesteld, waarbij de laatste periode (al dan niet voltooid) als een periode wordt geteld i = AIBOR S = het totaal van de ingevolge artikel 4, eerste en tweede lid, door België ontvangen sommen (in Nederlandse gulden), vermeerderd met interest tegen AIBOR vanaf de datum van effectieve ontvangst tot de Realisatiedatum r = de Realisatie-index op de Realisatiedatum en vervolgens op de laatste dag van elke daaropvolgende periode van zes maanden x = het effectief aantal verstreken dagen in de betreffende periode van zes maanden. 4. De in het tweede en derde lid bepaalde vergoedingen worden in maandelijkse schijven betaald. Inzake het tijdstip van betaling is overeengekomen dat deze zal geschieden ten laatste op de vijftiende dag van elke maand, vanaf de zesde maand volgend op die van de Realisatiedatum. Deze vergoedingen sluiten tussen de Partijen elke andere vorm van schadeloosstelling uit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel