Naar hoofdinhoud
1. De voor binationale doeleinden gebruikte faciliteiten of gebouwen kunnen worden bewaakt door een binationale wacht, indien het bewakingspersoneel van de zendstaat dezelfde bevoegdheden heeft als het bewakingspersoneel van de ontvangende Staat. 2. Voor de uitvoering van hun bewakingstaken valt de binationale wacht uitsluitend onder het gezag van de bevoegde wachtsuperieur van de ontvangende Staat. 3. Voor binationale bewakingstaken buiten het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen zullen bijzondere overeenkomsten van toepassing zijn. De bepalingen van artikel 4, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 3 mei 2006 (Pb. EU L 134 van 20 mei 2006, blz. 24-31) vormen vanaf 25 februari 2008 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/169). De bepalingen van artikel 4, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 3 mei 2006 (Pb. EU L 134 van 20 mei 2006, blz. 24-31) vormen vanaf 25 februari 2008 een aanvulling op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/169).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel