Naar hoofdinhoud
1. De stationering van Nederlandse strijdkrachten van het Korps op Duits grondgebied is gebaseerd op het Verdrag inzake de aanwezigheid van buitenlandse strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland van 23 oktober 1954. 2. De stationering van Duitse strijdkrachten van het Korps op Nederlands grondgebied is gebaseerd op het Verdrag inzake de stationering van strijdkrachten van de Bondsrepubliek Duitsland in het Koninkrijk der Nederlanden van 6 oktober 1997. 3. De locatie van de binationale onderdelen van de strijdkrachten van het Korps wordt in onderling overleg bepaald door het Ministerie van Defensie van de Bondsrepubliek Duitsland en het Ministerie van Defensie van het Koninkrijk der Nederlanden. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 3 mei 2006 (Pb. EU L 134 van 20 mei 2006, blz. 24-31) wordt vanaf 25 februari 2008, wanneer in de Engelse tekst van het Verdrag, met Bijlage, wordt verwezen naar “nationals” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar “nationals” van de lidstaten van de Europese Unie . De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 3 mei 2006 (Pb. EU L 134 van 20 mei 2006, blz. 24-31) hebben vanaf 25 februari 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/169). Ingevolge artikel 1, tweede lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 3 mei 2006 (Pb. EU L 134 van 20 mei 2006, blz. 24-31) wordt vanaf 25 februari 2008, wanneer in de Engelse tekst van het Verdrag, met Bijlage, wordt verwezen naar “nationals” van het Koninkrijk der Nederlanden, dit begrepen als een verwijzing naar “nationals” van de lidstaten van de Europese Unie . De bepalingen van artikel 2, tweede en derde lid, van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de regering van Georgië inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten van 3 mei 2006 (Pb. EU L 134 van 20 mei 2006, blz. 24-31) hebben vanaf 25 februari 2008 voorrang op de overeenkomstige bepalingen van dit artikel (Trb. 2012/169).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel