Naar hoofdinhoud

Titel I

Artikel 4

Nationale eenheden

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. Door elke Lid-Staat wordt een nationale eenheid opgericht of aangewezen, die belast is met de in dit artikel opgesomde taken. 2. De nationale eenheid vormt het enige contact tussen Europol en de bevoegde nationale autoriteiten. De betrekkingen tussen de nationale eenheid en de bevoegde autoriteiten worden beheerst door het nationale recht, en met name de grondwettelijke bepalingen ervan. 3. De Lid-Staten treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat hun nationale eenheid haar taken kan uitvoeren en in het bijzonder om de toegang van deze eenheid tot de betrokken nationale gegevens te verzekeren. 4. De nationale eenheid heeft de volgende taken: Europol uit eigen beweging te voorzien van informatie en inlichtingen die Europol nodig heeft voor zijn taakvervulling; in te gaan op verzoeken van Europol om informatie, inlichtingen en adviezen; informatie en inlichtingen te actualiseren ; informatie en inlichtingen overeenkomstig het nationale recht ten behoeve van de bevoegde autoriteiten te evalueren en onder deze autoriteiten te verspreiden; verzoeken om adviezen, informatie, inlichtingen en analyses aan Europol voor te leggen; informatie voor invoering in de geautomatiseerde bestanden aan Europol te verstrekken; zorg te dragen voor de rechtmatigheid van elke uitwisseling van informatie met Europol. 5. Onverminderd de uitoefening van de in artikel K.2, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie genoemde verantwoordelijkheden van de Lid-Staten is een nationale eenheid in afzonderlijke gevallen niet verplicht de in lid 4, punten 1, 2 en 6, alsmede de in de artikelen 8 en 10 bedoelde informatie en inlichtingen te verstrekken indien: wezenlijke nationale veiligheidsbelangen daardoor worden geschaad, of het welslagen van lopende opsporingsonderzoeken of de veiligheid van een persoon daardoor in gevaar wordt gebracht, of het informatie betreft die afkomstig is van specifieke inlichtingendiensten of -activiteiten op het gebied van de Staatsveiligheid. 6. De kosten die de nationale eenheid maakt voor communicatie met Europol zijn nationale kosten en worden, met uitzondering van de verbindingskosten, niet aan Europol doorberekend. 7. Indien nodig komen de hoofden en de nationale eenheden bijeen om Europol van advies te dienen.

Rechtspraak bij dit artikel