Naar hoofdinhoud

Titel I

Artikel 5

Verbindingsofficieren

Onderdeel van Overeenkomst op grond van Artikel K.3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie tot oprichting van een Europese Politiedienst (Europol-Overeenkomst)· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1998

1. Elke nationale eenheid vaardigt ten minste één verbindingsofficier naar Europol af. Het aantal verbindingsofficieren dat de Lid-Staten kunnen afvaardigen, wordt met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur vastgesteld. Dit besluit kan te allen tijde met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur worden gewijzigd. Behoudens bijzondere bepalingen van deze Overeenkomst zijn de verbindingsofficieren onderworpen aan het nationale recht van de Lid-Staat die hen heeft afgevaardigd. 2. De verbindingsofficieren worden door hun nationale eenheid gemachtigd om, overeenkomstig het nationale recht van de Lid-Staat en met inachtneming van de op Europol van toepassing zijnde voorschriften, binnen Europol de belangen van de nationale eenheid te vertegenwoordigen. 3. Onverminderd artikel 4, leden 4 en 5, ondersteunen de verbindingsofficieren in het kader van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling de uitwisseling van informatie tussen hun nationale eenheid en Europol, met name door: informatie van hun nationale eenheid aan Europol door te geven, de van Europol afkomstige informatie aan hun nationale eenheid door te geven, en met de Europol-ambtenaren samen te werken door middel van het doorgeven van informatie en het geven van advies bij de analyse van de informatie die de afvaardigende Lid-Staat aangaat. 4. De verbindingsofficieren ondersteunen overeenkomstig hun nationale recht in het kader van de in artikel 2, lid 1, omschreven doelstelling voorts de uitwisseling van informatie, afkomstig van de nationale eenheden, alsmede de coördinatie van de daaruit voortvloeiende maatregelen. 5. Voor zover dit voor de taakvervulling ingevolge lid 3 nodig is, hebben de verbindingsofficieren toegang tot de diverse bestanden, overeenkomstig de specifieke bepalingen in de desbetreffende artikelen. 6. Artikel 25 is van overeenkomstige toepassing op de werkzaamheden van de verbindingsofficieren. 7. Onverminderd de andere bepalingen van deze Overeenkomst worden de rechten en verplichtingen van de verbindingsofficieren jegens Europol met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur vastgesteld. 8. De verbindingsofficieren genieten overeenkomstig artikel 41, lid 2, de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor hun taakvervulling. 9. Europol stelt de Lid-Staten voor de werkzaamheden van hun verbindingsofficieren de nodige werkruimten in het Europol-gebouw vrij van kosten ter beschikking. Alle overige kosten die verband houden met het afvaardigen van de verbindingsofficieren zijn voor rekening van de afvaardigende Lid-Staat. Hetzelfde geldt voor de kosten voor de uitrusting van de verbindingsofficieren, voor zover de Raad van Bestuur in speciale gevallen niet met eenparigheid van stemmen andersluidende regelingen aanbeveelt in het kader van de opstelling van de Europol-begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel