Naar hoofdinhoud

Artikel VI

Arrestatie, hechtenis

Onderdeel van Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Uganda· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 1999

1. Niettegenstaande de rechten en plichten van de Zendstaat en de Ontvangende Staat ingevolge internationale consulaire verdragen, stelt de Ontvangende Staat de Zendstaat onverwijld ervan in kennis indien personeelsleden of één van hun gezinsleden worden gearresteerd, gevangen gezet, in voorlopige hechtenis genomen of anderszins in detentie worden gehouden. Alle mededelingen die door personeelsleden en hun gezinsleden in geval van arrestatie, gevangenzetting, voorlopige hechtenis of detentie aan de Zendstaat worden gedaan, worden onverwijld door de Ontvangende Staat aan de Zendstaat doorgezonden. 2. Vertegenwoordigers van de Zendstaat zijn gerechtigd met personeelsleden en hun gezinsleden die zijn gearresteerd, gevangen zijn gezet, in voorlopige hechtenis zijn genomen of zich anderszins in detentie bevinden, te spreken, te corresponderen en hen te bezoeken, en zijn voorts gerechtigd maatregelen te nemen ter zake van hun wettelijke vertegenwoordiging.

Rechtspraak bij dit artikel