Gezien het feit dat een dergelijke internationale samenwerking in de ruimte niet eerder is voorgekomen en uniek van aard is, gelden de volgende bepalingen:
**1.** Canada, de Europese Deelnemende Staten, Japan, Rusland en de Verenigde Staten kunnen rechtsmacht uitoefenen op strafrechtelijk gebied over de personeelsleden in of op enig vluchtelement die hun respectieve onderdanen zijn.
**2.** In geval van een strafbaar feit tijdens een omloopbaan dat (a) gevolgen heeft voor het leven of de veiligheid van een onderdaan van een andere Deelnemende Staat of (b) wordt gepleegd in of op of waardoor schade wordt veroorzaakt aan een vluchtelement van een andere Deelnemende Staat, pleegt de Deelnemende Staat waarvan de verdachte onderdaan is, op verzoek van een getroffen Deelnemende Staat, overleg met deze Staat over hun respectieve belangen ter zake van de vervolging. Een getroffen Deelnemende Staat kan, na dit overleg, rechtsmacht op strafrechtelijk gebied uitoefenen over de verdachte mits de Deelnemende Staat waarvan de verdachte onderdaan is, binnen 90 dagen na de datum van overleg of binnen een andere onderling overeengekomen termijn, hetzij
instemt met deze uitoefening van de rechtsmacht op strafrechtelijk gebied, of
niet de verzekering geeft deze zaak met het oog op vervolging voor te leggen aan zijn bevoegde autoriteiten.
**3.** Indien een Deelnemende Staat die uitlevering afhankelijk laat zijn van het bestaan van een verdrag een verzoek om uitlevering ontvangt van een andere Deelnemende Staat waarmee hij geen uitleveringsverdrag heeft gesloten, mag hij naar zijn keuze dit Verdrag beschouwen als de wettelijke basis voor uitlevering met betrekking tot het vermoedelijke strafbare feit in de omloopbaan. Uitlevering geschiedt overeenkomstig de procedurele bepalingen en de andere voorwaarden van de wet van de aangezochte Deelnemende Staat.
**4.** Met inachtneming van de nationale wetten en voorschriften biedt iedere Deelnemende Staat de andere Deelnemers hulp met betrekking tot vermoedelijke strafbare feiten gepleegd in de omloopbaan.
**5.** Dit artikel heeft niet ten doel een beperking te vormen voor de bevoegdheden en procedures voor de handhaving van de orde en de gedragingen van de bemanning bij werkzaamheden in of op het ruimtestation, die ingevolge artikel 11 zullen worden vastgelegd in de Gedragscode, en de Gedragscode heeft niet ten doel de toepassing van dit artikel te beperken.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.
Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.
Artikel 22
Rechtsmacht op strafrechtelijk gebied
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van Canada, de Regeringen van de Lidstaten van het Europees Ruimte-Agentschap, de Regering van Japan, de Regering van de Russische Federatie en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake samenwerking op het gebied van het civiele internationale ruimtestation· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 28 juni 2005