Naar hoofdinhoud
1. De Deelnemers, vertegenwoordigd door hun Samenwerkende Organen, kunnen onderling overleg plegen over elk vraagstuk dat voortvloeit uit de samenwerking aangaande het ruimtestation. De Deelnemers stellen alles in het werk om voor dergelijke vraagstukken een oplossing te vinden door middel van overleg tussen twee of meerdere Samenwerkende Organen in overeenstemming met de in de Memoranda van Overeenstemming vastgelegde procedures. 2. Elke Deelnemer kan een andere Deelnemer verzoeken om overleg op regeringsniveau over een vraagstuk dat voortvloeit uit de samenwerking aangaande het ruimtestation. De aangezochte Deelnemer gaat onverwijld op een dergelijk verzoek in. Indien de verzoekende Deelnemer de Verenigde Staten mededeelt dat het onderwerp van het overleg zich leent voor overweging door alle Deelnemers, beleggen de Verenigde Staten zo spoedig mogelijk een bijeenkomst voor multilateraal overleg, waarvoor alle Deelnemers worden uitgenodigd. 3. Elke Deelnemer die van plan is over te gaan tot aanzienlijke wijzigingen van het ontwerp van vluchtelementen die gevolgen kunnen hebben voor de andere Deelnemers, stelt de andere Deelnemers hiervan zo snel mogelijk in kennis. Een Deelnemer die in kennis is gesteld kan verzoeken om de aangelegenheid onderwerp van overleg te maken overeenkomstig het eerste en tweede lid. 4. Indien een vraagstuk dat door overleg niet is opgelost nog steeds oplossing vereist, kunnen de betrokken Deelnemers het vraagstuk onderwerpen aan een overeengekomen vorm van geschillenbeslechting, zoals conciliatie, bemiddeling of arbitrage. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001. Inwerkingtreding voorheen door Trb. 2002/29 gesteld op 27 maart 2001.

Rechtspraak bij dit artikel