Behoudens het bepaalde in artikel 3, verplicht elke Staat die Partij is zich ertoe zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk vier jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van die Staat die Partij is, alle in zijn eigendom of bezit zijnde, of onder zijn rechtsmacht of zeggenschap staande voorraden anti-personeelmijnen, te vernietigen of te doen vernietigen.
Artikel 4
Vernietiging van voorraden anti-personeelmijnen
Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1999