**1.** Elke Staat die Partij is verplicht zich ertoe zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk tien jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van die Staat die Partij is, alle anti-personeelmijnen in bemijnde gebieden die onder zijn rechtsmacht of zeggenschap vallen, te vernietigen of te doen vernietigen.
**2.** Elke Staat die Partij is doet alles wat binnen zijn vermogen ligt om alle gebieden te identificeren die onder zijn rechtsmacht of zeggenschap vallen waarvan men weet of vermoedt dat daarin anti-personeelmijnen liggen en draagt er zo spoedig mogelijk zorg voor dat van alle anti-personeelmijnen in bemijnde gebieden die onder zijn rechtsmacht of zeggenschap vallen de omtrek wordt gemarkeerd, dat ze onder zeggenschap worden gehouden en beveiligd door een afzetting of andere voorzieningen, teneinde de toegang van burgers tot deze gebieden daadwerkelijk te verhinderen, totdat alle anti-personeelmijnen hierin zijn vernietigd. De markering dient ten minste te voldoen aan de normen neergelegd in het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996, gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben.
**3.** Indien een Staat die Partij is van mening is dat hij niet in staat is alle in het eerste lid bedoelde anti-personeelmijnen te vernietigen of te doen vernietigen binnen het gestelde tijdvak, kan hij een verzoek indienen tot het houden van een Vergadering van de Staten die Partij zijn of van een Toetsingsconferentie voor een verlenging van de uiterste termijn voor de voltooiing van de vernietiging van deze anti-personeelmijnen, met een tijdvak van ten hoogste tien jaar.
**4.** Elk verzoek dient de volgende gegevens te bevatten:
de duur van de voorgestelde verlenging;
een gedetailleerde uitleg van de redenen van de voorgestelde verlenging, met inbegrip van:
de voorbereiding en stand van de werkzaamheden verricht in het kader van nationale mijnruimingsprogramma's;
de beschikbare financiële en technische middelen die de desbetreffende Staat die Partij is ter beschikking staan voor de vernietiging van alle anti-personeelmijnen; en
de omstandigheden die het de desbetreffende Staat die Partij is onmogelijk maken alle anti-personeelmijnen in bemijnde gebieden te vernietigen;
de humanitaire, sociale, economische en milieugevolgen van de verlenging; en
alle overige gegevens die voor de aanvraag van de desbetreffende verlenging relevant zijn.
**5.** De Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Toetsingsconferentie behandelt, met inachtneming van de in het vierde lid bedoelde factoren, de aanvraag en besluit bij meerderheid van stemmen van de aanwezige en hun stem uitbrengende Staten die Partij zijn of het verzoek om verlenging van het tijdvak wordt ingewilligd.
**6.** Een dergelijke verlenging kan worden vernieuwd na indiening van een nieuw verzoek in overeenstemming met het derde, vierde en vijfde lid van dit artikel. Bij het verzoek om een verdere verlenging van het tijdvak dient een Staat die Partij is relevante aanvullende gegevens te verschaffen omtrent hetgeen in het voorgaande verlengingstijdvak ingevolge dit artikel door hem is ondernomen.
Artikel 5
Vernietiging van anti-personeelmijnen in bemijnde gebieden
Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1999