**1.** De Staten die Partij zijn komen overeen met elkaar overleg te plegen en samen te werken met betrekking tot de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag, en zich gezamenlijk in een geest van samenwerking in te spannen voor de vergemakkelijking van de naleving van de verplichtingen die uit hoofde van dit Verdrag rusten op de Staten die Partij zijn.
**2.** Indien een of meer Staten die Partij zijn kwesties met betrekking tot de naleving van de bepalingen van dit Verdrag door een ander Staat die Partij is, wensen op te helderen en op te lossen, kunnen zij bij die Staat die Partij is, via de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, een verzoek om opheldering van die zaak indienen. Een dergelijk verzoek dient vergezeld te gaan van alle relevante informatie. Elke Staat die Partij is onthoudt zich van het indienen van ongegronde verzoeken om opheldering, en er wordt voor gezorgd dat er geen misbruik gemaakt wordt. Een Staat die Partij is en die een verzoek om opheldering ontvangt, levert, via de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, binnen 28 dagen aan de verzoekende Staat die Partij is alle informatie die een bijdrage kan leveren aan de opheldering van deze zaak.
**3.** Indien de verzoekende Staat die Partij is niet binnen de gestelde termijn via de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties een antwoord heeft ontvangen, of oordeelt dat het antwoord op het verzoek om opheldering onbevredigend is, kan hij de zaak via de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voorleggen aan de eerstvolgende Vergadering van de Staten die Partij zijn. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet dit verzoek tot voorlegging tezamen met alle op het verzoek om opheldering betrekking hebbende relevante informatie toekomen aan alle Staten die Partij zijn. Al deze informatie wordt aan de aangezochte Staat die Partij is voorgelegd, die het recht heeft hierop te antwoorden.
**4.** Hangende de bijeenroeping van een vergadering van de Staten die Partij zijn, kan elk van de betrokken Staten die Partij zijn de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken zijn goede diensten uit te oefenen ter vergemakkelijking van de verzochte opheldering.
**5.** De verzoekende Staat die Partij is, kan via de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties voorstellen een Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn bijeen te roepen teneinde de zaak te onderzoeken. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet vervolgens van dit voorstel en van alle door de betrokken Staten die Partij zijn geleverde informatie mededeling aan alle Staten die Partij zijn, met het verzoek aan te geven of zij voorstander zijn van de bijeenroeping van een Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn teneinde de zaak te onderzoeken. Indien binnen 14 dagen na deze mededeling ten minste een derde van de Staten die Partij zijn voorstander is van een dergelijke Buitengewone Vergadering, roept de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties deze Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn bijeen binnen de volgende 14 dagen. De meerderheid van de Staten die Partij zijn vormt het quorum voor deze vergadering.
**6.** De Vergadering van de Staten die Partij zijn, of, al naar gelang van het geval, de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn, stelt eerst vast of de zaak verder zal worden bestudeerd, rekening houdend met alle door de betrokken Staten die Partij zijn voorgelegde informatie. De Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn, doet al het mogelijke om tot een beslissing bij consensus te komen. Indien ondanks de inspanningen daartoe geen overeenstemming wordt bereikt, neemt de vergadering een beslissing met een meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Staten die Partij zijn.
**7.** Alle Staten die Partij zijn, werken volledig samen met de Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn, bij de bestudering van de zaak, met inbegrip van onderzoeksmissies die in overeenstemming met het achtste lid worden gemachtigd.
**8.** Indien verdere opheldering vereist is, machtigt de Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn een onderzoeksmissie en neemt zij met een meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Staten die Partij zijn een beslissing ten aanzien van het mandaat van de missie. De aangezochte Staat die Partij is kan te allen tijde een onderzoeksmissie uitnodigen op zijn grondgebied. Een dergelijke missie vindt plaats zonder beslissing van een Vergadering van de Staten die Partij zijn of een Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn tot het machtigen van een dergelijke missie. De missie, bestaande uit maximaal 9 deskundigen en aangewezen en goedgekeurd in overeenstemming met het negende en tiende lid, is bevoegd tot het verzamelen van aanvullende informatie ter plaatse of op andere onder de rechtsmacht of het zeggenschap van de aangezochte Staat die Partij is staande plaatsen die rechtstreeks verband houden met de vermeende nalevingskwestie.
**9.** De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties draagt zorg voor het opstellen en bijhouden van een lijst van de namen, nationaliteiten en andere relevante gegevens van de door de Staten die Partij zijn geleverde gekwalificeerde deskundigen en doet hiervan mededeling aan alle Staten die Partij zijn. Elke deskundige op deze lijst wordt geacht te zijn aangewezen voor alle onderzoeksmissies, tenzij een Staat die Partij is schriftelijk verklaart dit niet te aanvaarden. In geval van niet-aanvaarding, maakt de deskundige geen deel uit van de onderzoeksmissie op het grondgebied of op enige andere plaats onder de rechtsmacht of het zeggenschap van de bezwaar makende Staat die Partij is, indien de niet-aanvaarding was uitgesproken voorafgaand aan de benoeming van de deskundige voor deze missies.
**10.** Na de ontvangst van een verzoek door de Vergadering van de Staten die Partij zijn of een Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn, benoemt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, na overleg met de aangezochte Staat die Partij is, de leden van de missie, met inbegrip van de missieleider. Onderdanen van Staten die Partij zijn die verzoeken om de onderzoeksmissie of die hierdoor rechtstreeks worden geraakt, worden niet voor de missie benoemd. De leden van de onderzoeksmissie genieten de voorrechten en immuniteiten bedoeld in artikel VI van het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties, aangenomen op 13 februari 1946.
**11.** Met een voorafgaande kennisgeving van ten minste 72 uur arriveren de leden van de onderzoeksmissie bij de eerste gelegenheid op het grondgebied van de aangezochte Staat die Partij is. De aangezochte Staat die Partij is neemt de nodige administratieve maatregelen voor de ontvangst, het vervoer en de accommodatie van de missie, en is verantwoordelijk voor het waarborgen van een zo groot mogelijke veiligheid van de missie gedurende haar verblijf op het grondgebied dat onder zijn zeggenschap staat.
**12.** Onverminderd de soevereiniteit van de aangezochte Staat die Partij is, kan de onderzoeksmissie de nodige uitrusting binnenbrengen op het grondgebied van de aangezochte Staat die Partij is, die uitsluitend zal worden gebruikt voor het verzamelen van informatie over de vermeende nalevingskwestie. Voorafgaand aan haar aankomst, stelt de missie de aangezochte Staat die Partij is op de hoogte van de uitrusting die zij van plan is te gebruiken gedurende haar onderzoeksmissie.
**13.** De aangezochte Staat die Partij is, stelt al het mogelijke in het werk om ervoor zorg te dragen dat de onderzoeksmissie de gelegenheid wordt gegeven te spreken met alle personen die in staat zouden kunnen zijn informatie te verstrekken met betrekking tot de vermeende nalevingskwestie.
**14.** De aangezochte Staat die Partij is, verleent de onderzoeksmissie toegang tot alle gebieden en inrichtingen onder zijn zeggenschap waarvan verwacht kan worden dat daar feiten met betrekking tot de nalevingskwestie kunnen worden verzameld. Een en ander is onderworpen aan regelingen die de aangezochte Staat die Partij is nodig acht voor:
de bescherming van gevoelige apparatuur, informatie en gebieden;
de bescherming van constitutionele verplichtingen die de aangezochte Staat die Partij is zou kunnen hebben met betrekking tot eigendomsrechten, huiszoekingen en beslagleggingen, of andere constitutionele rechten; of
de fysieke bescherming en veiligheid van de leden van de onderzoeksmissie.
Ingeval de aangezochte Staat die Partij is dergelijke regelingen treft, dient hij alle redelijke inspanningen te verrichten om op andere manieren zijn naleving van dit Verdrag aan te tonen.
**15.** De onderzoeksmissie mag niet langer dan 14 dagen verblijven op het grondgebied van de betrokken Staat die Partij is, en op elke specifieke locatie niet langer dan 7 dagen, tenzij anders wordt overeengekomen.
**16.** Alle in vertrouwen verstrekte informatie die geen betrekking heeft op het onderwerp van de onderzoeksmissie, wordt op basis van vertrouwelijkheid behandeld.
**17.** De onderzoeksmissie brengt, via de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, van haar bevindingen verslag uit aan de Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn.
**18.** De Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn bestudeert alle relevante informatie, met inbegrip van het door de onderzoeksmissie ingediende rapport, en kan de aangezochte Staat die Partij is verzoeken maatregelen te nemen om de nalevingskwestie binnen een aangegeven tijdvak ter hand te nemen. De aangezochte Staat die Partij is brengt rapport uit over alle in antwoord op dit verzoek genomen maatregelen.
**19.** De Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn mag de betrokken Staten die Partij zijn manieren en middelen voorstellen ter verdere opheldering of oplossing van de desbetreffende kwestie, met inbegrip van het in gang zetten van de daarvoor in aanmerking komende procedures overeenkomstig het volkenrecht. In de gevallen waarin wordt vastgesteld dat de kwestie ter zake veroorzaakt wordt door omstandigheden buiten de macht van de aangezochte Staat die Partij is, kan de Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn gepaste maatregelen aanbevelen, met inbegrip van het gebruik van de in artikel 6 bedoelde samenwerkingsmaatregelen.
**20.** De Vergadering van de Staten die Partij zijn of de Buitengewone Vergadering van de Staten die Partij zijn doet al het mogelijke om tot haar in het achttiende en negentiende lid bedoelde beslissingen te komen door middel van consensus, of anders met een twee derde meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende Staten die Partij zijn.
Artikel 8
Vergemakkelijking en opheldering met betrekking tot de naleving
Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens· Staats- en bestuursrecht
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1999