Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Transparantiemaatregelen

Onderdeel van Verdrag inzake het verbod van het gebruik, de aanleg van voorraden, de productie en de overdracht van anti-personeelsmijnen en inzake de vernietiging van deze wapens· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 1 oktober 1999

1. Elke Staat die Partij is brengt verslag uit aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zodra dit praktisch uitvoerbaar is en in elk geval niet later dan 180 dagen na de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van die Staat, inzake: de in artikel 9 bedoelde nationale uitvoeringsmaatregelen; het totale aantal van alle aangelegde voorraden van anti-personeelmijnen dat hij in eigendom of bezit heeft, of waarover hij rechtsmacht of zeggenschap uitoefent, met inbegrip van een uitsplitsing naar type, hoeveelheid en, indien mogelijk, partijnummers van elk type in voorraad gehouden anti-personeelmijn; voor zover mogelijk, de locatie van alle bemijnde gebieden die onder zijn rechtsmacht of zeggenschap vallen, waarvan men weet of vermoedt dat deze anti-personeelmijnen bevatten, met inbegrip van zo nauwkeurig mogelijke informatie betreffende het type en aantal van elk soort anti-personeelmijn in elk bemijnd gebied en het moment waarop zij zijn gelegd; de typen, hoeveelheden en, indien mogelijk, de partijnummers van alle anti-personeelmijnen die in voorraad worden gehouden of overgedragen voor de ontwikkeling van en training in mijnopsporings-, mijnruimings- of mijnvernietigingstechnieken, of die worden overgedragen ter vernietiging, alsmede de instellingen waaraan een Staat die Partij is de bevoegdheid heeft gegeven anti-personeelmijnen onder zich te houden of over te dragen, overeenkomstig artikel 3; de stand van programma's voor de conversie of ontmanteling van anti-personeelmijn-productieinrichtingen; de stand van programma's voor de vernietiging van anti-personeelmijnen overeenkomstig de artikelen 4 en 5, met inbegrip van nauwkeurige informatie betreffende de te gebruiken vernietigingsmethoden, de ligging van alle vernietigingslocaties en de toepasselijke veiligheids- en milieunormen die moeten worden gehanteerd; de typen en hoeveelheden van alle, na de inwerkingtreding van dit Verdrag ten aanzien van die Staat, overeenkomstig respectievelijk artikel 4 en artikel 5 vernietigde anti-personeelmijnen, met inbegrip van een uitsplitsing naar de hoeveelheid van elk type vernietigde anti-personeelmijn, indien mogelijk tezamen met de partijnummers van elk type anti-personeelmijn in geval van vernietiging overeenkomstig artikel 4. de technische kenmerken van elk type anti-personeelmijn dat, voor zover bekend, geproduceerd is door een Staat die Partij is en van elk type anti-personeelmijn dat momenteel eigendom of in bezit is van een Staat die Partij is, waarbij, indien redelijkerwijs mogelijk, de nodige informatie wordt verstrekt ter vergemakkelijking van de identificatie en ruiming van anti-personeelmijnen; deze informatie dient minimaal te bestaan uit de afmetingen, ontstekingsmechanismen, explosieve inhoud, inhoud aan metalen, kleurenfoto's en andere informatie die het ruimen van mijnen kunnen vergemakkelijken; en de maatregelen die zijn genomen om de bevolking rechtstreeks en effectief te waarschuwen met betrekking tot alle in artikel 5, tweede lid, bedoelde gebieden. 2. De overeenkomstig dit artikel verstrekte informatie wordt jaarlijks bijgewerkt door de Staten die Partij zijn, en heeft betrekking op het voorgaande kalenderjaar; de informatie wordt uiterlijk op 30 april van elk jaar ter kennis gebracht van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. 3. De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties doet al de ontvangen verslagen toekomen aan de Staten die Partij zijn.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel