Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK III

Artikel 7

Immuniteiten en vorderingen

Onderdeel van Verdrag inzake technische en financiële samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Bulgarije· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 14 april 1999

1. De Republiek Bulgarije vrijwaart de personeelsleden tegen rechtsvervolging met betrekking tot enig handelen of nalaten of enig gesproken of geschreven woord in hun officiële hoedanigheid. 2. De Republiek Bulgarije vrijwaart het Koninkrijk der Nederlanden ter zake van elke contractuele civielrechtelijke aansprakelijkheid voor projecten en programma's en stelt het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke buiten-contractuele aansprakelijkheid op grond van het verrichten of nalaten van enige handeling door de Nederlandse Partij en de personeelsleden die verband houdt met de nakoming van de verplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 1 van dit Verdrag bedoelde projecten en programma's, dat de dood of lichamelijk letsel van een derde of schade aan het eigendom van een derde ten gevolge heeft, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt. De Republiek Bulgarije onthoudt zich van het instellen van vorderingen of het nemen van gerechtelijke stappen teneinde buiten-contractuele aansprakelijkheid op te leggen, tenzij deze aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid bij het verrichten of nalaten van de handelingen. 3. Ingeval de Republiek Bulgarije het Koninkrijk der Nederlanden en de personeelsleden vrijwaart tegen een vordering of gerechtelijke stappen ter zake van buiten-contractuele aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, mag de Republiek Bulgarije alle rechten doen gelden die het Koninkrijk der Nederlanden of de personeelsleden kunnen doen gelden.

Rechtspraak bij dit artikel