Opsporingsdiensten van beide landen kunnen elkaar technische assistentie verlenen met het oogmerk om ernstige misdrijven te voorkomen of te bestrijden, in het bijzonder die welke een internationaal karakter hebben, door het uitwisselen van inlichtingen, onder andere betreffende ervaringen met onderzoeken en de toepassing van werkwijzen, het gebruik van technische apparatuur en de ontwikkeling van criminalistische technieken, resultaten van hun criminalistische en criminologisch onderzoekswerk.
Artikel 5
Artikel 5
Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Hongarije betreffende samenwerking tussen opsporingsdiensten op het gebied van de bestrijding van internationale misdaad· Financieel en economisch recht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 1999