Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Toegang tot de markt

Onderdeel van Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Slowaakse Republiek inzake internationaal vervoer over de weg· Vervoersrecht

Deze tekst geldt sinds 1 december 1999

1. Elk der Verdragsluitende Partijen kan een in het land van de andere Verdragsluitende Partij gevestigde vervoerder toestaan vervoer van goederen of personen te verrichten: tussen een plaats in haar land en een plaats buiten dat land, en in doorvoer over haar grondgebied, op grond van vergunningen die worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde instanties van het land van elke Verdragsluitende Partij, tenzij anders overeengekomen door de Gemengde Commissie. 2. Geen vergunningen zijn vereist voor de onderstaande soorten vervoer of voor ritten met onbeladen voertuigen gemaakt in verband met zulk vervoer: vervoer van post als openbare dienst; vervoer van voertuigen die zijn beschadigd of onklaar geraakt; voertuigen die worden gestuurd ter vervanging van een voertuig dat onklaar is geraakt in een ander land, met inbegrip van de terugreis, na reparatie van het voertuig dat was beschadigd; vervoer van goederen in motorvoertuigen waarvan het toegestane gewicht in beladen toestand, met inbegrip van aanhangwagens, niet meer is dan 6 ton of waarvan het toegestane gewicht aan lading, met inbegrip van aanhangwagens, niet meer is dan 3,5 ton; vervoer van medische goederen en uitrusting of andere goederen vereist in noodgevallen, met name bij natuurrampen en voor humanitaire doeleinden; vervoer van levende have in speciaal voor het vervoer van levende have gebouwde of duurzaam aangepaste voertuigen, en die als zodanig worden erkend door de bevoegde autoriteiten in het land van vestiging; vervoer van kunstwerken voor beurzen en tentoonstellingen of voor niet-commerciële doeleinden; vervoer voor niet-commerciële doeleinden van goederen, accessoires en dieren van en naar theater-, muziek-, film-, sportevenementen of circusvoorstellingen, beurzen of festiviteiten en van goederen, accessoires en dieren bestemd voor radio-opnames of voor film- of televisieproducties; begin- en eindritten van de voertuigen, nationaal en internationaal, over de weg door middel van gecombineerd vervoer, mits, respectievelijk, gebruik wordt gemaakt van een geschikt laad- en lospunt dat zich het dichtst bij de locatie van laden of lossen van de vracht bevindt; vervoer voor eigen rekening; begrafenisvervoer; vervoer van bederfelijke goederen en snijbloemen. 3. Als uitzondering op ongeregelde vervoersdiensten zijn de onderstaande diensten vrijgesteld van enig vergunningensysteem in het land van de andere Verdragsluitende Partij: rondritten met gesloten deuren waarbij hetzelfde voertuig wordt gebruikt om dezelfde groep personen gedurende de gehele reis te vervoeren en weer terug te brengen naar de plaats van vertrek; diensten waarbij de voertuigen op de heenweg geladen en op de terugreis ongeladen zijn; diensten waarbij de voertuigen op de heenreis ongeladen en op de terugreis geladen zijn, mits de passagiers: een groep vormen die tot stand komt op grond van een vervoersovereenkomst gesloten voorafgaand aan hun aankomst in het land van de Verdragsluitende Partij waar zij worden opgehaald en vanwaar zij worden vervoerd naar het grondgebied van het land van vestiging; eerder door dezelfde vervoerder zijn gebracht naar het land van de Verdragsluitende Partij waar zij weer worden opgehaald en vervoerd naar het land waar de vervoerondernemer is gevestigd; voor een reis zijn uitgenodigd in het land van vestiging en de kosten van het vervoer worden gedragen door de persoon die de uitnodiging heeft doen uitgaan. 4. De bestuurder van een voertuig waarmee een van de vervoersdiensten genoemd in het tweede en derde lid van dit artikel wordt verricht, dient alle benodigde documenten te hebben waaruit duidelijk blijkt dat het vervoer voldoet aan het bepaalde in het tweede en derde lid. 5. Een vervoerder mag geen cabotage verrichten, tenzij hij daartoe speciale toestemming heeft verkregen van de bevoegde autoriteiten of andere gemachtigde instanties van het land van elke Verdragsluitende Partij.

Rechtspraak bij dit artikel