Naar hoofdinhoud
1. Indien het, ter beantwoording van de vraag welke autoriteit bevoegd is tot het uitoefenen van rechtsmacht met betrekking tot een ten laste gelegd feit, noodzakelijk is vast te stellen of een feit strafbaar is volgens het Duitse recht, schorst de Nederlandse rechtbank of autoriteit die de zaak behandelt, de behandeling en doet daarvan mededeling aan de bevoegde Duitse autoriteit. De bevoegde Duitse autoriteit kan binnen eenentwintig dagen na ontvangst van de mededeling of, zolang die mededeling nog niet heeft plaatsgehad, te allen tijde aan de Nederlandse rechtbank of autoriteit een officiële verklaring overleggen betreffende de vraag of het feit volgens het Duitse recht al dan niet strafbaar is. Indien de officiële verklaring het feit als „strafbaar naar Duits recht" aanmerkt, dient de verklaring tevens aan te geven op grond van welke bepaling het feit strafbaar is alsmede met welke straf dit feit bedreigd is. 2. De Nederlandse rechtbank of autoriteit beslist in overeenstemming met de verklaring. 3. Indien moet worden vastgesteld of een feit naar Nederlands recht strafbaar is, is de in het eerste en tweede lid voorgeschreven procedure van overeenkomstige toepassing met betrekking tot dat feit, met dien verstande dat in dat geval de officiële verklaring door het bevoegde Nederlandse Openbaar Ministerie wordt afgegeven.

Rechtspraak bij dit artikel