**1.** De bevoegde Duitse autoriteiten zijn, in overeenstemming met de Duitse voorschriften, gerechtigd de stoffelijke overschotten van de leden van de Bundeswehr en van hun gezinsleden die op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden zijn overleden, in ontvangst te nemen en daarover te beschikken, alsmede de lijkschouwingen te verrichten die uit medische overwegingen of met het oog op een strafrechtelijk onderzoek noodzakelijk zijn.
**2.** Verzoeken van Nederlandse autoriteiten om lijkschouwingen te verrichten worden ingewilligd; in geval van medische overwegingen echter alleen indien lijkschouwing is toegelaten krachtens de Duitse wetgeving. Bij een lijkschouwing mag een door de Nederlandse autoriteiten aangewezen arts aanwezig zijn. In het geval van een lijkschouwing met het oog op een Nederlands strafrechtelijk onderzoek geldt deze bevoegdheid tevens voor een Nederlandse rechter of officier van justitie; diens aanwijzingen met betrekking tot de vereisten van het Nederlandse strafprocesrecht ter zake van lijkschouwingen worden in acht genomen.
**3.** Ingeval een Nederlandse rechtbank of autoriteit bevoegd is een lijkschouwing te gelasten, is het tweede lid van overeenkomstige toepassing, indien de bevoegde Duitse autoriteit belang heeft bij het resultaat van de lijkschouwing.
Artikel 11
Lijkbezorging
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000