Naar hoofdinhoud
1. Het Koninkrijk der Nederlanden doet in het kader van artikel VII, derde lid, onder c, van het NAVO-Status Verdrag ten gunste van de Bondsrepubliek Duitsland afstand van het in het derde lid, onder b, van genoemd artikel aan de Nederlandse autoriteiten toekomende recht om in gevallen van samenloop van rechtsmacht bij voorrang rechtsmacht uit te oefenen, en wel overeenkomstig de volgende leden. 2. Het Koninkrijk der Nederlanden stelt de bevoegde Duitse autoriteiten in kennis van iedere afzonderlijke zaak die onder de afstand van rechtsmacht als bedoeld in het eerste lid valt. Onverminderd andere kennisgevingsverplichtingen ingevolge het NAVO-Status Verdrag of deze Overeenkomst, stellen de bevoegde Duitse autoriteiten de bevoegde Nederlandse autoriteiten ervan in kennis wanneer zij voornemens zijn gebruik te maken van hun recht van voorrang bij de uitoefening van rechtsmacht, verleend ingevolge artikel VII, derde lid, onder a, van het NAVO-Status Verdrag, ten aanzien van afzonderlijke delicten die de wezenlijke belangen van de Nederlandse rechtspleging kunnen raken. 3. Indien de bevoegde Nederlandse autoriteiten wegens de bijzondere omstandigheden in een afzonderlijk geval van oordeel zijn dat wezenlijke belangen van de Nederlandse rechtspleging de uitoefening van rechtsmacht door Nederlandse autoriteiten gebieden, kunnen zij de afstand van rechtsmacht, gedaan ingevolge het eerste lid van dit artikel, herroepen door een officiële verklaring die zij aan de bevoegde Duitse autoriteiten overleggen binnen eenentwintig dagen na ontvangst van de kennisgeving bedoeld in het tweede lid van dit artikel. De Nederlandse autoriteiten kunnen deze verklaring ook vóór de ontvangst van bedoelde kennisgeving afgeven. 4. De bevoegde Duitse autoriteiten kunnen met toestemming van de Nederlandse autoriteiten bepaalde strafzaken ten aanzien waarvan rechtsmacht bij de Bondsrepubliek Duitsland berust, voor onderzoek, berechting en uitspraak overdragen aan de Nederlandse rechtbanken of autoriteiten. De Nederlandse autoriteiten kunnen met toestemming van de Duitse autoriteiten bepaalde strafzaken ten aanzien waarvan rechtsmacht bij het Koninkrijk der Nederlanden berust, voor onderzoek, berechting en uitspraak overdragen aan de Duitse autoriteiten. 5. Indien een Nederlandse rechtbank of autoriteit ingevolge artikel VII, tweede lid, onder b, van het NAVO-Status Verdrag bij uitsluiting rechtsmacht uitoefent over een lid van de Bundeswehr, wordt op speciaal of algemeen verzoek van de Bondsrepubliek Duitsland aan de autoriteiten van de Bundeswehr, met inachtneming van de respectieve nationale bepalingen inzake gegevensbescherming van de Overeenkomstsluitende Staten medegedeeld: de uitvaardiging en tenuitvoerlegging van een arrestatiebevel of een bevel tot gedwongen opname, het aanhangig maken van strafvervolging, de vonnissen/uitspraken, de afloop van de zaak, voor zover een mededeling als bedoeld onder a tot en met c kon worden gedaan. Het doorgeven van persoonsgegevens vindt uitsluitend plaats om de Bundeswehr in staat te stellen haar taken op het gebied van disciplinaire aangelegenheden en personeelszaken te vervullen.

Rechtspraak bij dit artikel