**1.** De autoriteiten van de Bundeswehr kunnen een persoon die niet aan de Duitse rechtsmacht onderworpen is, op Nederlands grondgebied, ook buiten het geval van ontdekking op heterdaad, aanhouden in de zin van artikel 54, vijfde lid, van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering,
indien deze persoon in onmiddellijke samenhang met het feit qua plaats en tijd wordt aangetroffen, of
indien een Nederlandse autoriteit om aanhouding verzoekt.
**2.** Indien er gevaar bestaat voor vertraging en het Nederlandse Openbaar Ministerie of een Nederlandse politiefunctionaris niet tijdig bereikbaar is, kunnen de autoriteiten van de Bundeswehr een persoon die niet aan hun rechtsmacht onderworpen is, op Nederlands grondgebied aanhouden in de zin van artikel 54, vijfde lid, van het Nederlandse Wetboek van Strafvordering, indien ernstige verdenking bestaat dat die persoon een strafbaar feit heeft gepleegd of een strafbare poging doet tot het plegen van een strafbaar feit binnen, of gericht tegen, een inrichting van de Bundeswehr dan wel een feit dat strafbaar is op grond van het in artikel 98, 98a en 98c van het Nederlandse Wetboek van Strafrecht bepaalde. Deze bepaling is slechts van toepassing, indien de betrokkene voortvluchtig is of zich verborgen houdt of indien gegronde reden bestaat om te vrezen dat hij zich aan strafvervolging ter zake van het plegen van een strafbaar feit of een strafbare poging daartoe als bovenbedoeld tracht te onttrekken.
**3.** In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid kunnen de autoriteiten van de Bundeswehr in het kader van hun overige bevoegdheden de aangehouden persoon visiteren en alle in zijn bezit zijnde voorwerpen in beslag nemen, bij wijze van veiligheidsmaatregel, dan wel voor de bewijsvoering in het onderzoek naar het strafbare feit waarvan hij wordt verdacht of beschuldigd.
**4.** De autoriteiten van de Bundeswehr stellen de dichtstbijzijnde Nederlandse officier van justitie, politiefunctionaris of rechter onverwijld in kennis van een aanhouding zoals bedoeld in het tweede lid en geven een persoon die overeenkomstig dit artikel is aangehouden alsmede de in beslag genomen voorwerpen onverwijld over aan de dichtstbijzijnde Nederlandse officier van justitie, politiefunctionaris of rechter.
Artikel 15
Aanhouding
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000