**1.** Indien rechtsmacht in strafzaken wordt uitgeoefend door een Nederlandse rechtbank of autoriteit over een lid van de Bundeswehr of over een gezinslid, heeft een vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek Duitsland het recht bij de terechtzitting aanwezig te zijn. Indien een strafbaar feit uitsluitend is gericht tegen de veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden of tegen eigendommen die zich in het Koninkrijk der Nederlanden bevinden dan wel tegen een Nederlander of tegen een persoon die zich op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden bevindt en rechtsmacht op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden wordt uitgeoefend door een rechtbank of een autoriteit van de Bondsrepubliek Duitsland, heeft een Nederlandse vertegenwoordiger het recht bij de terechtzitting aanwezig te zijn.
In het onder a bepaalde
worden onder de uitdrukking „eigendommen die zich in het Koninkrijk der Nederlanden bevinden" niet begrepen eigendommen welke toebehoren aan de Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden;
wordt onder de uitdrukking „een persoon die zich op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden bevindt" niet begrepen een lid van de Bundeswehr of een gezinslid.
Het onder a bepaalde is niet van toepassing indien de aanwezigheid van een nationale vertegenwoordiger niet verenigbaar is met de veiligheidseisen van de staat welke rechtsmacht uitoefent die niet tevens veiligheidseisen van de andere staat zijn.
De Nederlandse rechtbanken en autoriteiten enerzijds en de Duitse rechtbanken en autoriteiten anderzijds stellen elkaar tijdig in kennis van de plaats en de tijd van de terechtzitting.
**2.** Onder de voorwaarden, omschreven in het eerste lid, heeft een Duitse respectievelijk een Nederlandse vertegenwoordiger ook het recht de verhoren en andere opsporingshandelingen bij te wonen, voor zover dit tussen de Duitse autoriteiten en die van het Koninkrijk der Nederlanden eventueel wordt overeengekomen.
Artikel 18
Aanwezigheid bij terechtzitting en opsporingshandelingen
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000