**1.** In overeenstemming met de bepalingen van artikel 36, eerste lid en onverminderd de bepalingen van artikel VII, tiende lid, onder a, van het NAVO-Status Verdrag, is de Nederlandse politie, met inbegrip van de Koninklijke Marechaussee, bevoegd haar taken te verrichten in onroerende goederen die voor uitsluitend gebruik ter beschikking zijn gesteld aan de Bundeswehr, voor zover de openbare orde en veiligheid van het Koninkrijk der Nederlanden worden bedreigd of geschaad. Indien in zodanige onroerende goederen een strafrechtelijke vervolgingsmaatregel ten uitvoer moet worden gelegd, kan de Bondsrepubliek Duitsland na overleg met de Nederlandse autoriteiten over de modaliteiten, deze maatregel ook ten uitvoer doen leggen door haar eigen politie. In dat geval wordt de maatregel onverwijld ten uitvoer gelegd en, indien zulks van Nederlandse zijde wordt verlangd, in tegenwoordigheid van vertegenwoordigers van de Nederlandse autoriteiten.
**2.** De militaire politie (Feldjäger) van de Bundeswehr is bevoegd te patrouilleren op openbare wegen, in openbare vervoermiddelen, in restaurants en in alle andere voor het publiek toegankelijke plaatsen ten einde de noodzakelijke maatregelen voor de handhaving van orde en tucht ten aanzien van militairen van de Bundeswehr te treffen. De bijzonderheden inzake de uitoefening van dit recht worden in overleg vastgesteld tussen de Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr, die terzake wederkerig nauw contact zullen onderhouden.
**3.** Indien de openbare orde en veiligheid in gevaar worden gebracht of verstoord door een incident waarbij militairen van de Bundeswehr zijn betrokken, neemt de militaire politie (Feldjäger) van de Bundeswehr op verzoek van de Nederlandse autoriteiten ten aanzien van deze personen de vereiste maatregelen om de orde en tucht te handhaven of te herstellen.
Artikel 19
Bevoegdheden van de militaire politie (Feldjäger)
Onderdeel van Aanvullende Overeenkomst bij het Verdrag van 19 juni 1951 tussen de Staten die Partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten met betrekking tot de in het Koninkrijk der Nederlanden gestationeerde Duitse strijdkrachten· Internationaal publiekrecht
Deze tekst geldt sinds 1 september 2000