Naar hoofdinhoud
1. De Bundeswehr kan binnen de haar voor uitsluitend gebruik ter beschikking gestelde onroerende goederen ten behoeve van een genoegzame vervulling van haar verdedigingsverplichtingen alle noodzakelijke maatregelen nemen. Op het gebruik van die onroerende goederen is het Nederlandse recht van toepassing, tenzij in deze Overeenkomst en in andere internationale overeenkomsten anders is bepaald en voor zover het niet de organisatie, het interne functioneren en de leiding van de Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden en andere interne aangelegenheden die geen voorzienbare gevolgen hebben voor rechten van derden, naburige gemeenschappen of het algemeen belang, betreft. De bevoegde Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr plegen overleg en werken samen om eventuele verschillen van mening bij te leggen. 2. De eerste volzin van het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op maatregelen met betrekking tot het luchtruim boven de onroerende goederen, mits de maatregelen die het luchtverkeer zouden kunnen hinderen slechts worden genomen in overleg met de Nederlandse autoriteiten. 3. Het gebruik van militaire oefenterreinen, lokale militaire oefenterreinen en schietbanen door onderdelen van de strijdkrachten die voor oefen- en opleidingsdoeleinden naar het Koninkrijk der Nederlanden zijn overgebracht, dient vooraf te worden aangekondigd ter goedkeuring door de bevoegde Nederlandse autoriteiten. Het gebruik wordt geacht te zijn goedgekeurd indien de Nederlandse autoriteiten daartegen geen bezwaar maken binnen 45 dagen na de ontvangst van de aankondiging. 4. Bijzonderheden betreffende het gebruik van militaire oefenterreinen, luchtverdedigingsterreinen, lokale militaire oefenterreinen en schietbanen, alsmede de in het derde lid bedoelde aankondiging en goedkeuring, worden geregeld in administratieve overeenkomsten. 5. De autoriteiten van de Bundeswehr verlenen de bevoegde Nederlandse autoriteiten alle redelijke bijstand die noodzakelijk is om de Nederlandse belangen te waarborgen, waaronder toegang tot onroerende goederen na voorafgaande kennisgeving, opdat zij hun taken in het kader van de openbare dienst kunnen vervullen. De voor de onroerende goederen bevoegde Nederlandse autoriteiten verlenen de autoriteiten van de Bundeswehr op verzoek bijstand. In noodgevallen en bij dreigend gevaar maken de autoriteiten van de Bundeswehr onmiddellijk toegang mogelijk zonder voorafgaande kennisgeving. De autoriteiten van de Bundeswehr besluiten per geval of zij de Nederlandse autoriteiten zullen begeleiden. 6. In alle gevallen van toegang wordt rekening gehouden met overwegingen van militaire veiligheid, in het bijzonder de onschendbaarheid van zones, uitrusting en documenten waarvoor geheimhouding geldt. 7. De autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten regelen de toegang zodanig dat daardoor noch het waarborgen van de Nederlandse belangen, noch aan de gang of ophanden zijnde militaire oefeningen op onredelijke wijze worden belemmerd. 8. Mocht in de gevallen bedoeld in het vijfde tot en met het zevende lid geen overeenstemming worden bereikt, dan wordt de aangelegenheid aan beide zijden voorgelegd aan de bevoegde hogere autoriteiten.

Rechtspraak bij dit artikel