Naar hoofdinhoud
1. Voor zover het Nederlandse recht van toepassing is in verband met het gebruik van de in artikel 36 bedoelde onroerende goederen, en dit voorschrijft dat een bijzondere vergunning, machtiging of enige andere vorm van officiële toestemming moet worden verkregen, dienen de Nederlandse autoriteiten, in samenwerking en in overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr, de benodigde aanvragen in en voeren zij de desbetreffende administratieve en gerechtelijke procedures namens de Bundeswehr. 2. Het eerste lid van dit artikel is ook van toepassing wanneer de beslissing wordt aangevochten door een derde, wanneer van maatregelen of voorzieningen melding moet worden gedaan, en ingeval de procedures ambtshalve worden ingesteld, in het bijzonder om de openbare orde en veiligheid te waarborgen, of ingeval deze op aandringen van een derde worden ingesteld. In deze gevallen dienen de Nederlandse autoriteiten die namens de Bundeswehr handelen, de belangen van de Bundeswehr te behartigen. Indien een ingevolge het eerste lid van dit artikel aangevraagde vergunning overeenkomstig het Nederlandse recht wordt afgewezen of op een later tijdstip wordt gewijzigd of ongeldig verklaard, plegen de autoriteiten van de Bundeswehr en de Nederlandse autoriteiten overleg om op een andere wijze in de behoeften van de Bundeswehr te voorzien die verenigbaar is met de vereisten van het Nederlandse recht. 3. De autoriteiten van de Bundeswehr nemen strikt de voorwaarden en vereisten in acht van een rechtskracht hebbende beslissing als bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Zij werken nauw samen met de Nederlandse autoriteiten om te verzekeren dat deze verplichting wordt nagekomen. Bedoelde beslissing kan niet het voorwerp vormen van executie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel