Naar hoofdinhoud
1. Voor zover in dit artikel niet anders is bepaald, maken de Bundeswehr, haar leden en gezinsleden gebruik van de openbare telecommunicatiediensten van het Koninkrijk der Nederlanden. Op dit gebruik zijn de geldende Nederlandse voorschriften van toepassing, voor zover bij administratieve overeenkomsten niet anders is overeengekomen. Bij de toepassing van de Nederlandse voorschriften wordt aan de Bundeswehr geen ongunstiger behandeling toegekend dan aan de Nederlandse strijdkrachten. 2. Voor zover zulks voor militaire doeleinden vereist is, kan de Bundeswehr: inrichtingen voor telecommunicatie (met uitzondering van radiozendinstallaties) binnen de bij haar in gebruik zijnde onroerende goederen; na raadpleging van de betrokken Nederlandse autoriteiten, radiostations voor vaste diensten; installaties ten behoeve van mobiele radio-installaties en peil-installaties; andere radio-ontvangstinrichtingen; tijdelijke inrichtingen voor telecommunicatie van allerlei aard voor oefeningsdoeleinden, manoeuvres en noodgevallen, overeenkomstig de met de Nederlandse autoriteiten overeengekomen procedures, aanleggen, gebruiken en in stand houden. 3. De Bundeswehr kan met toestemming van de Nederlandse autoriteiten buiten de onroerende goederen die zij gebruikt lijnverbindingen en de daartoe bestemde apparatuur installeren, gebruiken en in stand houden, indien daarvoor dwingende redenen van militaire veiligheid bestaan, of de Nederlandse autoriteiten ofwel niet in staat zijn tot, ofwel afzien van de beschikbaarstelling van de gevraagde inrichtingen. Bij administratieve overeenkomsten wordt een procedure vastgesteld die het mogelijk maakt de toestemming van de Nederlandse autoriteiten snel te verkrijgen. 4. De Bundeswehr kan het gebruik en de instandhouding van inrichtingen voor telecommunicatie die ingevolge de vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst geldende voorschriften in gebruik zijn genomen, bestendigen. 5. De Bundeswehr, haar leden en hun gezinsleden kunnen radio- en televisie-ontvangtoestellen vrij van rechten en zonder persoonlijke vergunningen installeren en gebruiken, mits deze geen elektromagnetische storing voor de radioverbindingsdiensten veroorzaken. 6. Voor radiofrequenties en hun specifieke kenmerkende gegevens gelden de volgende bepalingen: De Bundeswehr gebruikt slechts de haar door de Nederlandse autoriteiten toegewezen frequenties. De autoriteiten van de Bundeswehr stellen de Nederlandse autoriteiten in kennis van frequenties die zij niet langer nodig hebben. Indien de Nederlandse autoriteiten het op grond van internationale verplichtingen, internationale betrekkingen of essentiële Nederlandse belangen noodzakelijk achten een toegewezen frequentie te wijzigen of in te trekken, plegen zij, alvorens zulks te doen, overleg met de autoriteiten van de Bundeswehr. De procedure voor de toewijzing van frequenties, voor het wijzigen of intrekken van reeds toegewezen frequenties en voor een versnelde toewijzing van frequenties ten behoeve van tijdelijk gebruik bij manoeuvres wordt vastgesteld in een bijzondere overeenkomst tussen de Nederlandse autoriteiten en de autoriteiten van de Bundeswehr die zijn vertegenwoordigd in de Consultative Working Group on Radio Frequencies (CWG) of een orgaan waardoor deze wordt opgevolgd. Een zodanige overeenkomst wordt gesloten in overeenstemming met de van kracht zijnde procedures, richtlijnen en aanbevelingen van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie. De Bundeswehr neemt, in overleg met de Nederlandse minister van Defensie, de maatregelen die nodig zijn om de bevoegde autoriteit van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie in staat te stellen de frequenties te beschermen. De Nederlandse autoriteiten nemen slechts op verzoek van de autoriteiten van de Bundeswehr de maatregelen die nodig zijn om andere internationale organisaties, in het bijzonder de Internationale Telecommunicatie-Unie (ITU), in staat te stellen de frequenties te beschermen. De Nederlandse autoriteiten verstrekken andere diensten en organisaties slechts met toestemming van de autoriteiten van de Bundeswehr inlichtingen omtrent frequenties die door de Bundeswehr worden gebruikt. Indien radio-installaties van de Bundeswehr radio-installaties die buiten het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden zijn gevestigd ernstig storen of door dergelijke installaties zelf ernstig worden gestoord, handelen de Nederlandse autoriteiten overeenkomstig de bepalingen van het op dat moment van kracht zijnde Internationale Verdrag betreffende de Telecommunicatie en het daarbij behorende radioreglement. 7. Bij de installatie en het in bedrijf hebben van inrichtingen voor telecommunicatie neemt de Bundeswehr de bepalingen van het Internationale Verdrag betreffende de telecommunicatie van Nairobi van 6 november 1982 of een eventueel daarvoor in de plaats tredende overeenkomst in acht, alsmede de overige internationale overeenkomsten die het Koninkrijk der Nederlanden op het gebied van de telecommunicatie binden. De Bundeswehr is evenwel niet gebonden aan de onder a genoemde bepalingen voor zover de Nederlandse strijdkrachten daarvan op grond van Nederlandse voorschriften zijn vrijgesteld. Bij het in de toekomst aangaan van internationale overeenkomsten op het gebied van de telecommunicatie houden de Nederlandse autoriteiten, na overleg met de Bundeswehr, voldoende rekening met de behoeften van de Bundeswehr op het gebied van de telecommunicatie. 8. De Bundeswehr neemt alle maatregelen die redelijkerwijs van haar kunnen worden verwacht om storing van de Nederlandse telecommunicatiediensten door inrichtingen voor telecommunicatie of andere elektrische installaties van de Bundeswehr te voorkomen of op te heffen. De Nederlandse autoriteiten nemen, binnen het kader van de Nederlandse voorschriften, alle maatregelen die redelijkerwijs van hen verwacht kunnen worden om storing van de telecommunicatiediensten van de Bundeswehr door Nederlandse inrichtingen voor telecommunicatie of andere elektrische installaties te voorkomen of op te heffen.

Rechtspraak bij dit artikel