Naar hoofdinhoud
1. Een rijbewijs of andere machtiging, afgegeven door een Duitse autoriteit aan een lid van de Bundeswehr, op grond waarvan de houder bevoegd is dienstvoertuigen, -vaartuigen of -luchtvaartuigen te besturen, is geldig voor het besturen van die voertuigen, vaartuigen en luchtvaartuigen binnen het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden. Rijbewijzen voor dienstvoertuigen machtigen ook, voor zover zulks volgens het Duitse recht is toegestaan, tot het besturen van overeenkomstige particuliere voertuigen. 2. De houder van een burgerrijbewijs, afgegeven in de Bondsrepubliek Duitsland, op grond waarvan de houder bevoegd is particuliere motorrijtuigen in die staat te besturen, is bevoegd tot het besturen van zodanige rijtuigen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, indien hij lid van de Bundeswehr of een gezinslid is. De Nederlandse voorschriften betreffende de geldigheidsduur van een zodanig rijbewijs op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en de ongeldigverklaring ervan door een Nederlandse administratieve autoriteit zijn niet van toepassing, indien de houder in het bezit is van een verklaring, afgegeven door een autoriteit van de Bundeswehr, waaruit blijkt dat hij lid van de Bundeswehr dan wel een gezinslid is. 3. Een burgervliegbrevet, afgegeven door Duitse autoriteiten aan een lid van de Bundeswehr of aan een gezinslid, machtigt de houder tot het besturen van particuliere luchtvaartuigen in het Koninkrijk der Nederlanden, indien dit brevet beantwoordt aan de Normen en Aanbevolen Werkwijzen van de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie. 4. De autoriteiten van de Bundeswehr zien erop toe dat personen die dienstvaartuigen besturen als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, bij het bevaren van binnenwateren voldoende kennis bezitten van het te bevaren traject en van de terzake geldende rivierpolitiereglementen. Tot het besturen van niet-militaire binnenvaartuigen van de Bundeswehr machtigen slechts bewijzen van bekwaamheid die zijn afgegeven door de bevoegde Nederlandse civiele autoriteit op grond van de in het Koninkrijk der Nederlanden geldende voorschriften. De in het kader van internationale overeenkomsten toepasselijke voorschriften blijven onverminderd van kracht. 5. De autoriteiten van de Bundeswehr trekken rijbewijzen die op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden geldig zijn ingevolge het eerste lid van dit artikel, of verklaringen bedoeld in het tweede lid van dit artikel in, indien er gerede twijfel bestaat aangaande de betrouwbaarheid of de geschiktheid van de houder voor het besturen van motorvoertuigen. Zij nemen verzoeken van de Nederlandse autoriteiten om intrekking van zulke rijbewijzen of verklaringen in welwillende overweging. Rijbewijzen of verklaringen kunnen opnieuw worden afgegeven wegens dringende militaire redenen of om de houder in de gelegenheid te stellen het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden te verlaten. De autoriteiten van de Bundeswehr stellen de Nederlandse autoriteiten in kennis van iedere intrekking op grond van deze paragraaf en van ieder geval waarin na een zodanige intrekking een rijbewijs of verklaring opnieuw is afgegeven. In gevallen waarin Nederlandse rechtbanken rechtsmacht uitoefenen in overeenstemming met artikel VII van het NAVO-Status Verdrag en de artikelen 12, 13 en 14 van deze Overeenkomst blijven de bepalingen van de Nederlandse strafwetgeving inzake de ontzegging van de rijbevoegdheid van toepassing met betrekking tot rijbewijzen bedoeld in het tweede lid van dit artikel. Van de ontzegging van de rijbevoegdheid wordt melding gemaakt in het rijbewijs, dat in het bezit van de houder wordt gelaten. 6. Het gestelde in het vijfde lid, onder a, is van overeenkomstige toepassing op de in het derde lid bedoelde vliegbrevetten. Op verzoek van de Nederlandse autoriteiten treffen de autoriteiten van de Bundeswehr de nodige maatregelen tegen houders van vliegbrevetten welke ingevolge het eerste lid van dit artikel geldig zijn op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden die de luchtverkeersvoorschriften niet in acht hebben genomen.

Rechtspraak bij dit artikel