Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Algemene bepalingen

Onderdeel van Verdrag van Tampere inzake de levering van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulpoperaties· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 8 januari 2005

1. De Staten die Partij zijn werken, in overeenstemming met het bepaalde in dit Verdrag, onderling en met organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties samen, teneinde het gebruik van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulp te vergemakkelijken. 2. Dit gebruik omvat, doch is niet beperkt tot: het inzetten van grond- en satelliet-telecommunicatie-apparatuur om natuurgeweld, gezondheidsrisico's en rampen te voorspellen en te volgen, en daarover informatie te verschaffen; het uitwisselen van informatie ter zake van natuurgeweld, gezondheidsrisico's en rampen tussen de Staten die Partij zijn onderling en met andere Staten, met organen anders dan Staten en met intergouvernementele organisaties, en de verspreiding van deze informatie onder het publiek, in het bijzonder onder gemeenschappen die in gevaar verkeren; het onverwijld verlenen van bijstand op het gebied van telecommunicatie teneinde de gevolgen van een ramp te verzachten; en het installeren en bedienen van betrouwbare en flexibele telecommunicatievoorzieningen die zullen worden gebruikt door humanitaire hulpverleningsorganisaties. 3. Teneinde dit gebruik te vergemakkelijken, kunnen Staten die Partij zijn aanvullende multinationale of bilaterale verdragen of regelingen sluiten. 4. De Staten die Partij zijn verzoeken de uitvoerende coördinator, in overleg met de Internationale Telecommunicatie Unie, de depositaris en andere betrokken organen van de Verenigde Naties en intergouvernementele en niet-gouvernementele organisaties alles in het werk te stellen, in overeenstemming met het bepaalde in dit Verdrag, teneinde: in overleg met de Staten die Partij zijn modelverdragen op te stellen die kunnen dienen als basis voor multinationale of bilaterale verdragen die de levering van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulp vergemakkelijken; modelverdragen, aanbevolen handelwijzen en andere van belang zijnde informatie ter beschikking te stellen aan Staten die Partij zijn, andere Staten, organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties, ter zake van de levering van telecommunicatievoorzieningen voor rampenmitigatie en noodhulp, met behulp van elektronische middelen of andere geschikte mechanismen; procedures en systemen voor het verzamelen en verspreiden van informatie te ontwikkelen, toe te passen en bij te houden die voor de uitvoering van het Verdrag noodzakelijk zijn; en de Staten in kennis te stellen van de voorwaarden van dit Verdrag, alsmede de in dit Verdrag bedoelde samenwerking tussen Staten die Partij zijn te vergemakkelijken en te ondersteunen. 5. De Staten die Partij zijn werken onderling samen teneinde de mogelijkheden van gouvernementele organisaties, organen anders dan Staten en intergouvernementele organisaties te vergroten, opdat deze opleidingsstelsels kunnen opzetten voor de behandeling en de bediening van apparatuur, alsmede cursussen voor het ontwikkelen, ontwerpen en bouwen van noodtelecommunicatiefaciliteiten voor het voorkomen, volgen en mitigeren van rampen.

Rechtspraak bij dit artikel