Naar hoofdinhoud

HOOFDTUK VII

Artikel 45

Schadelijke interferentie

Onderdeel van Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie· Informatierecht

Deze tekst geldt sinds 7 december 2001

197 PP-98 1. Alle stations moeten, ongeacht hun doel, zodanig worden ingericht en geëxploiteerd dat deze geen schadelijke interferentie veroorzaken aan de radiodiensten of radiocommunicatie van andere Lidstaten of van erkende exploitatiemaatschappijen, of van andere naar behoren gemachtigde exploitatiemaatschappijen die een radiodienst verzorgen, en die functioneren in overeenstemming met de bepalingen van het Radioreglement. 198 PP-98 2. Elke Lidstaat verplicht zich ertoe van de door hem erkende exploitatiemaatschappijen en van andere daartoe naar behoren gemachtigde exploitatiemaatschappijen te verlangen dat zij de bepalingen van nummer 197 naleven. 199 PP-98 3. Voorts erkennen de Lidstaten de noodzaak van het nemen van alle praktisch haalbare maatregelen teneinde te voorkomen dat het gebruik van allerlei soorten elektrische apparaten en installaties schadelijke interferentie veroorzaakt aan de in de nummer 197 bedoelde radiodiensten of radiocommunicatie. Betreft de Nederlandse tekst van het Statuut en het Verdrag van de Internationale Unie voor Telecommunicatie van 1992, zoals gewijzigd bij de Akten van Kyoto (1994) en Minneapolis (1998), Trb. 2001,90.

Rechtspraak bij dit artikel