**1.** De centrale autoriteiten onderhouden rechtstreeks contact met elkaar.
**2.** In spoedeisende gevallen kunnen de verzoeken om rechtshulp of daarop betrekking hebbende mededelingen rechtstreeks verzonden worden door de rechterlijke autoriteiten, met inbegrip van het openbaar ministerie, van de verzoekende Partij aan zodanige autoriteiten van de aangezochte Partij. In dergelijke gevallen dient tegelijkertijd door tussenkomst van de centrale autoriteit van de verzoekende Partij een afschrift te worden gezonden aan de centrale autoriteit van de aangezochte Partij.
**3.** Elk verzoek of mededeling overeenkomstig het eerste en tweede lid van dit artikel, kan worden gedaan door tussenkomst van Interpol.
**4.** Wanneer een verzoek overeenkomstig het tweede lid van dit artikel is gedaan en de benaderde autoriteit niet bevoegd is om daaraan gevolg te geven, zendt deze het verzoek door naar de bevoegde autoriteit en stelt deze de verzoekende Partij daarvan rechtstreeks op de hoogte.
**5.** De verzoeken of mededelingen, gedaan overeenkomstig het tweede lid van dit artikel, die geen toepassing van dwangmiddelen vergen, kunnen door de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij rechtstreeks worden toegezonden aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij.
**6.** Iedere Staat kan, op het tijdstip van ondertekening of bij het nederleggen van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding, de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa meedelen dat, om redenen van doelmatigheid, de met inachtneming van dit hoofdstuk opgestelde verzoeken gezonden moeten worden aan zijn centrale autoriteit.
HOOFDSTUK IV
Artikel 30
Rechtstreekse contacten
Onderdeel van Verdrag inzake de strafrechtelijke bestrijding van corruptie· Strafrecht
Deze tekst geldt sinds 1 augustus 2002