Naar hoofdinhoud

Artikel IV

Verzoeken, toezending van stukken en rechtshulp

Onderdeel van Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika inzake de geldendmaking van verplichtingen tot levensonderhoud· Internationaal privaatrecht Inclusief internationaal procesrecht

Deze tekst geldt sinds 1 mei 2002

1. Een verzoek om inning of verhaal van levensonderhoud van een schuldenaar die onderworpen is aan de rechtsmacht van de ene Partij (hierna te noemen de Aangezochte Partij) wordt gedaan door de centrale autoriteit of een ander daartoe aangewezen openbaar lichaam van de andere Partij (hierna te noemen de Verzoekende Partij) overeenkomstig de geldende procedurevoorschriften van de Verzoekende Partij. 2. Het verzoek wordt gedaan op een in overeenstemming tussen de centrale autoriteiten van beide Partijen vastgesteld standaardformulier in de Engelse taal, vergezeld van alle ter zake dienende stukken. Alle stukken worden in het Engels vertaald, of, indien de centrale autoriteit van het Koninkrijk der Nederlanden zulks mocht verlangen, in het Nederlands. 3. De centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Verzoekende Partij zendt de in het tweede en vijfde lid van dit artikel bedoelde stukken toe aan de centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Aangezochte Partij. 4. Alvorens de stukken aan de Aangezochte Partij toe te zenden, vergewist de centrale autoriteit of het andere aangewezen openbare lichaam van de Verzoekende Partij zich ervan dat deze in overeenstemming zijn met het recht van de Verzoekende Partij en met de vereisten van dit Verdrag. 5. Indien het verzoek is gegrond op, dan wel indien de stukken mede omvatten een beslissing, gegeven door een bevoegde gerechtelijke instantie of overheidslichaam, houdende vaststelling van het vaderschap of oplegging van een verplichting tot levensonderhoud: zendt de centrale autoriteit van de Verzoekende Partij een overeenkomstig de voorschriften van de Aangezochte Partij gewaarmerkte kopie van de desbetreffende beslissing toe; gaat de beslissing vergezeld van een verklaring dat deze kracht van gewijsde heeft of, indien zulks niet het geval is, van een uitvoerbaarverklaring, alsmede van stukken waaruit blijkt dat de schuldenaar in de procedure is verschenen dan wel is opgeroepen of in de gelegenheid is gesteld te verschijnen; stelt de centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Verzoekende Partij de centrale autoriteit of het andere daartoe aangewezen openbare lichaam van de Aangezochte Partij in kennis van eventuele wijzigingen van rechtswege van het bedrag van de verplichting die op grond van de beslissing geldend moet worden gemaakt; 6. Bij de uitvoering van hun taken op grond van dit Verdrag zullen Partijen elkaar hulp en informatie verstrekken binnen de grenzen van het recht van elke Partij en in overeenstemming met tussen Partijen geldende verdragen op het gebied van rechtshulp. 7. Alle stukken die op grond van dit Verdrag worden overgelegd, zijn vrijgesteld van legalisatie.

Rechtspraak bij dit artikel