**1.** Functionarissen van de douaneadministratie van een Partij die in hun eigen land een persoon achtervolgen die op heterdaad is betrapt op het plegen of medeplegen van een van de in artikel 18, derde lid, genoemde inbreuken die aanleiding kunnen geven tot uitlevering, zijn bevoegd de achtervolging in het douanegebied van de andere Partij zonder voorafgaande toestemming van laatstgenoemde Partij voort te zetten, wanneer de bevoegde autoriteiten van de andere Partij wegens het spoedeisende karakter van het optreden voorafgaand aan de betreding van het douanegebied niet kunnen worden gewaarschuwd of wanneer deze autoriteiten niet tijdig ter plaatse kunnen zijn om de achtervolging over te nemen.
**2.** De achtervolgende functionarissen treden uiterlijk bij de grensoverschrijding in contact met de bevoegde autoriteiten van de Partij in het douanegebied waarvan de achtervolging dient plaats te vinden. De achtervolging dient te worden afgebroken zodra de Partij in het douanegebied waarvan de achtervolging wordt voortgezet, daarom verzoekt. De bevoegde autoriteiten van die Partij houden op verzoek van de achtervolgende functionarissen de achtervolgde persoon staande om zijn identiteit vast te stellen of om tot aanhouding over te gaan. De Partijen delen mee welke functionarissen voor de grensoverschrijdende achtervolging aangewezen zijn, in het kader van de in artikel 32, tweede lid, genoemde maatregelen.
**3.** Onverminderd het bepaalde in artikel 32 van dit Verdrag wordt de achtervolging uitgevoerd volgens één van de onderstaande modaliteiten:
de achtervolgende functionarissen komt geen staandehoudingsbevoegdheid toe;
dit onderdeel is nog niet in werking getreden.
**4.** De achtervolging zoals bedoeld in dit artikel wordt uitgevoerd gedurende een maximale periode van vier uur, te rekenen vanaf het moment van de grensoverschrijding, zowel overdag als 's nachts, over land of over zee.
**5.** De achtervolging mag alleen worden uitgevoerd onder de volgende algemene voorwaarden:
de achtervolgende functionarissen zijn gebonden aan het bepaalde in dit artikel en aan de wetgeving van de Partij in het douanegebied waarvan zij optreden; zij dienen de aanwijzingen van de bevoegde autoriteiten van deze Partij op te volgen;
ingeval de achtervolging op zee plaatsvindt, wordt deze, in de volle zee of in de exclusieve economische zone, uitgevoerd overeenkomstig het internationaal zeerecht, zoals vervat in het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, gedaan te Montego Bay op 10 december 1982, en in de territoriale wateren van de andere Partij, in overeenstemming met de bepalingen van dit artikel;
het binnentreden van woningen en het betreden van niet voor het publiek toegankelijke plaatsen is niet toegestaan;
de achtervolgende functionarissen dienen als zodanig uiterlijk direct herkenbaar te zijn, hetzij door middel van het dragen van een uniform of ander onderscheidingsteken, hetzij door middel van op hun vervoermiddel aangebrachte herkenningsmiddelen; het is hun niet toegestaan in burgerkleding met gebruikmaking van een niet als zodanig herkenbaar dienstvervoermiddel op te treden; de achtervolgende functionarissen dienen te allen tijde in staat te zijn hun officiële hoedanigheid aan te tonen;
de achtervolgende functionarissen mogen tijdens een achtervolging hun dienstwapen dragen. Het gebruik van dit wapen is verboden, behalve in geval van noodweer;
dit onderdeel is nog niet in werking getreden;
de achtervolgende functionarissen melden zich na elk optreden als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid bij de bevoegde autoriteiten van de Partij in het douanegebied waarvan zij zijn opgetreden, en doen verslag van hun handelen; op verzoek van deze autoriteiten zijn zij verplicht zich beschikbaar te houden totdat omtrent de toedracht van hun optreden voldoende duidelijkheid is verkregen; deze voorwaarde geldt ook in die gevallen waarin de achtervolging niet tot de aanhouding van de achtervolgde persoon heeft geleid;
de autoriteiten van de Partij waarvan de achtervolgende functionarissen afkomstig zijn, verlenen op verzoek van de autoriteiten van de Partij in het douanegebied waarvan de achtervolging heeft plaatsgevonden medewerking aan onderzoek volgend op de operatie waaraan zij hebben deelgenomen, met inbegrip van gerechtelijke procedures.
**6.** Een persoon die na een optreden als bedoeld in het derde lid werd aangehouden door de bevoegde autoriteiten van de Partij in het douanegebied waarvan de achtervolging heeft plaatsgevonden, kan ongeacht zijn nationaliteit voor verhoor worden vastgehouden. De ter zake geldende regels van nationaal recht zijn van overeenkomstige toepassing.
**7.** Indien deze persoon niet de nationaliteit heeft van de Partij in het douanegebied waarvan hij is aangehouden, wordt hij uiterlijk zes uren na zijn aanhouding, de uren tussen middernacht en negen uur niet meegeteld, in vrijheid gesteld, tenzij de bevoegde autoriteiten van die Partij voordien in enigerlei vorm een verzoek tot voorlopige aanhouding ter fine van uitlevering hebben ontvangen.
TITEL II › HOOFDSTUK II
Artikel 19
Artikel 19
Deze tekst geldt sinds 1 december 2010