Naar hoofdinhoud
1. De in dit Verdrag bedoelde bijstand en samenwerking kunnen worden geweigerd indien deze de soevereiniteit, veiligheid, openbare orde of enig ander wezenlijk nationaal belang van een van de Partijen zouden kunnen schaden of tot een schending van een industrieel of een commercieel geheim, dan wel van een beroepsgeheim zouden kunnen leiden. 2. Indien de verzoekende administratie niet in staat is een soortgelijk verzoek van de aangezochte administratie in te willigen, wijst zij daarop in haar verzoek. Inwilliging van een dergelijk verzoek wordt in een dergelijk geval overgelaten aan het oordeel van de aangezochte administratie. 3. De bijstand en samenwerking kunnen door de aangezochte administratie worden uitgesteld op grond van het feit dat een lopend onderzoek of een lopende vervolging of procedure hiermee wordt doorkruist. In een dergelijk geval pleegt de aangezochte administratie, door middel van tussenkomst van de ingevolge artikel 17 aangewezen coördinatiedienst, overleg met de verzoekende administratie om te bepalen of de bijstand en samenwerking kunnen worden verleend onder de voorwaarden die de aangezochte administratie eventueel verlangt. 4. Iedere weigering of uitstel van de bijstand of samenwerking dient te worden gemotiveerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel