Hoofdstuk I
Artikel 10
Bijdragen aan het 9e EOF
Deze tekst geldt sinds 1 april 2003
**1.** Met inachtneming van de vereisten van de Bank betreffende het beheer en de verrichtingen van de Investeringsfaciliteit, stelt de Commissie ieder jaar de staat van de voor het volgende begrotingsjaar te verwachten betalingen en het tijdschema voor het afroepen van de bijdragen vast en stelt zij de Raad hiervan vóór 15 oktober in kennis. Het gevraagde bedrag wordt door de Commissie verantwoord op basis van het vermogen van de Commissie om de voorgestelde middelen op effectieve wijze te verstrekken. De Raad spreekt zich hierover, alsmede over elke geplande afroeping van een bijdrage, uit met de in artikel 21 van dit akkoord vastgestelde gekwalificeerde meerderheid.
**2.** Ten aanzien van middelen die overeenkomstig artikel 1, lid 2, onder b, zijn overgedragen van eerdere EOF's naar het 9e EOF, wordt de bijdrage van iedere lidstaat berekend naar rato van de bijdrage van die lidstaat aan het desbetreffende EOF.
**3.** Bij de jaarlijkse ramingen van de bijdragen die de Commissie de Raad moet doen toekomen, voegt zij haar ramingen van de vastleggingen en betalingen voor ieder van de vier jaren die volgen op het jaar waarin de bijdragen worden afgeroepen. Het tijdschema wordt jaarlijks door de Raad herzien en goedgekeurd.
**4.** Indien de bijdragen niet volstaan om te voorzien in de daadwerkelijke behoeften van het fonds tijdens het betreffende begrotingsjaar, dient de Commissie voorstellen voor aanvullende stortingen in bij de Raad, die zich zo spoedig mogelijk uitspreekt met de in artikel 21 bedoelde gekwalificeerde meerderheid.
**5.** De wijze van storting van de bijdragen door de lidstaten wordt vastgesteld bij het in artikel 31 bedoelde Financieel Reglement.
De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.