Naar hoofdinhoud
1. De middelen bedoeld in artikel 4 van dit akkoord worden samen met de middelen bedoeld in artikel 1, lid 3, aangewend ter dekking van de administratie- en financieringskosten die uit de benutting van de middelen van het 9e EOF voortvloeien. De Commissie gebruikt deze middelen voor de volgende doeleinden: dekking van de administratie- en financieringskosten die uit het beheer van de kasmiddelen van het fonds voortvloeien; versterking van de administratieve capaciteit van de Commissie en van haar delegaties, teneinde te voorzien in soepele voorbereiding en uitvoering van de verrichtingen die uit het EOF gefinancierd worden; financiering van studies, evaluaties, audits of advies op het gebied van onder meer analyse, diagnose en formulering van strategieën en ander beleid voor structurele aanpassing; en controle en evaluatie. Deze middelen mogen niet worden aangewend voor de kerntaken van het Europees openbaar bestuur, dat wil zeggen het vaste personeel van de Commissie. 2. De Commissie dient bij het in artikel 21 bedoelde Comité van het EOF, hierna „het comité" genoemd, jaarlijks een globaal financieringsvoorstel voor de benutting van deze middelen in, waaronder een verslag over de activiteiten van het vorige jaar. Het Comité van het EOF brengt over dit financieringsvoorstel advies uit volgens de procedure van artikel 27. 3. Op voorstel van de Commissie kan de Raad evenwel met gekwalificeerde meerderheid als bepaald in artikel 21 besluiten de in dit artikel bedoelde ontvangsten te gebruiken voor andere dan de in lid 1 genoemde doeleinden. De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel