Naar hoofdinhoud
1. Bij de afsluiting van elk begrotingsjaar stelt de Commissie de jaarrekening en de balans van het fonds vast. 2. Onverminderd het bepaalde in lid 4 oefent tevens de Rekenkamer haar bevoegdheden uit ten aanzien van de verrichtingen van het fonds. De wijze waarop dit geschiedt, wordt in het in artikel 31 bedoelde Financieel Reglement bepaald. 3. Voor het financiële beheer van het fonds, met uitzondering van door de Bank beheerde verrichtingen, wordt de Commissie kwijting verleend door het Europees Parlement op aanbeveling van de Raad, die daarover besluit met de in artikel 21 vastgestelde gekwalificeerde meerderheid van stemmen. 4. De in artikel 12 bedoelde gegevens worden door de Commissie ter beschikking van de Rekenkamer gehouden, zodat deze de uit de middelen van het fonds verleende steun aan de hand van de stukken kan controleren. 5. De uit de middelen van het fonds gefinancierde verrichtingen die onder het beheer van de Bank vallen, zijn onderworpen aan de controle- en kwijtingsprocedures zoals die voor alle verrichtingen van de Bank in haar statuten zijn vastgelegd. De Bank doet jaarlijks aan de Commissie en de Raad haar jaarverslag toekomen over de uitvoering van de verrichtingen die zijn gefinancierd uit de onder het beheer van de Bank vallende middelen van het fonds. De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel