Naar hoofdinhoud
1. Naar rato van hun intekening op het kapitaal van de Bank verplichten de lidstaten zich ertoe zich tegenover de Bank borg te stellen, onder afstand van het voorrecht van uitwinning, voor alle financiële verplichtingen welke voor de leningnemers van de Bank voortvloeien uit de door de Bank uit eigen middelen op grond van artikel 1 van bijlage II bij de ACS-EG-overeenkomst en de overeenkomstige bepalingen van het besluit. 2. De in lid 1 bedoelde borgstelling blijft beperkt tot 75% van het totale bedrag van de door de Bank uit hoofde van alle leningsovereenkomsten geopende kredieten; zij geldt ter dekking van alle risico's. 3. De uit lid 1 voortvloeiende verplichtingen van de lidstaten worden vastgelegd in borgstellingsovereenkomsten tussen elk der lidstaten en de Bank. De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.

Rechtspraak bij dit artikel