Naar hoofdinhoud
1. De bedragen die aan de Bank worden betaald uit hoofde van aan de ACS-staten, de LGO en de Franse overzeese gebiedsdelen verstrekte speciale leningen, alsmede de opbrengsten en revenuen van de verrichtingen met risicodragend kapitaal die krachtens eerdere EOF's hebben plaatsgevonden, komen aan de lidstaten toe naar rato van hun bijdragen aan het fonds waaruit deze middelen afkomstig zijn, tenzij de Raad op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen besluit deze bedragen te reserveren of voor andere verrichtingen aan te wenden. 2. De provisies die voor het beheer van de in de eerste alinea bedoelde leningen en verrichtingen aan de Bank verschuldigd zijn, worden vooraf op deze middelen in mindering gebracht. De bepalingen van het akkoord werden voorlopig toegepast met ingang van 03-10-2000.

Rechtspraak bij dit artikel