Naar hoofdinhoud

DEEL III › TITEL II

Artikel 36

Samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie

Onderdeel van Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Chili, anderzijds· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 maart 2005

1. De samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie, die tot wederzijds voordeel van de partijen en overeenkomstig hun beleid wordt uitgevoerd, met name wat de regels voor het gebruik van uit onderzoek voortvloeiende intellectuele eigendom betreft, is gericht op: beleidsdialoog en uitwisseling van wetenschappelijke en technologische informatie en ervaring op regionaal niveau, met name ten aanzien van beleid en programma's; bevordering van duurzame banden tussen de wetenschapskringen van de Gemeenschap en van Chili; intensivering van de activiteiten ter bevordering van innovatie en van contacten en overdracht van technologie tussen Chileense en Europese partners. 2. Bijzondere aandacht wordt geschonken aan de ontwikkeling van het menselijk potentieel, als reële, duurzame basis voor wetenschappelijke en technologische topprestaties, en de opbouw van permanente banden de tussen de wetenschappelijke en technologische gemeenschappen van de partijen, op zowel nationaal als regionaal niveau. 3. De volgende vormen van samenwerking worden aangemoedigd: gezamenlijke projecten voor toegepast onderzoek op gebieden van gemeenschappelijk belang, met indien van toepassing actieve deelname van het bedrijfsleven; uitwisselingen van onderzoekers ter bevordering van de voorbereiding van projecten, scholing op hoog niveau en onderzoek; bijeenkomsten van wetenschappers ter bevordering van uitwisseling van informatie en interactie en tot vaststelling van gebieden voor gezamenlijk onderzoek; stimulering van activiteiten in verband met prospectief wetenschappelijk en technologisch onderzoek die bijdragen tot de ontwikkeling van beide partijen op de lange termijn; totstandbrenging van koppelingen tussen de openbare en de particuliere sector. 4. Voorts worden de evaluatie van gezamenlijke werkzaamheden en de verspreiding van resultaten bevorderd. 5. Instellingen voor hoger onderwijs, onderzoekscentra en productieve sectoren, waaronder het midden- en kleinbedrijf, van beide partijen worden op gepaste wijze bij de samenwerking betrokken. 6. In het streven naar wetenschappelijke topprestaties van wederzijds voordeel bevorderen de partijen de deelname van hun entiteiten aan elkaars technologie- en ontwikkelingsprogramma's, overeenkomstig hun bepalingen inzake de deelname van rechtspersonen uit derde landen.

Rechtspraak bij dit artikel