Naar hoofdinhoud
1. Elke Verdragsluitende Partij kan te allen tijde verzoeken om overleg teneinde wijzigingen van dit Verdrag te bespreken, nadat de gemeenschappelijke luchtverkeerscommissie bedoeld in artikel 9 deze heeft besproken. Dit geldt ook voor besprekingen over de uitlegging en toepassing van dit Verdrag, indien een overleg overeenkomstig artikel 9 naar het oordeel van een Verdragsluitende Partij niet tot een bevredigend resultaat heeft geleid. Het overleg begint binnen 30 dagen na ontvangst van het verzoek door de andere Verdragsluitende Partij. 2. Een vergadering kan op verzoek van een Verdragsluitende Partij ook worden bijeengeroepen wanneer de vergunning voor Luchthaven Niederrhein gewijzigd of aangevuld dient te worden, gevolgen kan hebben voor de ruimtelijke ordening, streekplannen en geluidsoverlast. De Bondsrepubliek Duitsland zal in deze gevallen rekening houden met de Nederlandse eisen, met name ten aanzien van ruimtelijke ordening, streekplannen, stedenbouw en de bescherming tegen geluidsoverlast. Indien door een dergelijke wijziging of aanvulling maatregelen op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden nodig zijn, treft de bevoegde Nederlandse autoriteit de volgens Nederlands recht noodzakelijke maatregelen, indien het Koninkrijk der Nederlanden geen bezwaar heeft aangetekend tegen de wijziging of aanvulling. 3. De Verdragsluitende Partijen komen overeen dat op verzoek van een Partij inzake de openstelling van het Nederlandse luchtruim in de randuren tussen 05:00 en 06:00 en tussen 23:00 en 24:00, dus buiten de in artikel 6, eerste lid, vastgestelde tijden, twee jaar na het sluiten van dit Verdrag voor de eerste maal opnieuw zal worden overlegd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel