**1.** Elk van de Verdragsluitende Partijen kan de werking van dit Verdrag opschorten, wanneer vaststaat dat de andere Verdragsluitende Partij haar verplichtingen uit hoofde van de artikelen 1, 6, 7 en 8 op grove wijze verzaakt, waardoor onmiddellijk gevaar voor de openbare orde en veiligheid ontstaat en binnen 15 dagen na de kennisgeving daaromtrent geen corrigerende maatregelen zijn getroffen.
**2.** Het Koninkrijk der Nederlanden heeft het recht voorafgaand aan de vaststelling van een crisis- of oorlogssituatie de gevolgen van dit Verdrag in verband met de uitvoering van de luchtverkeersleiding boven Nederlands grondgebied door een Duitse autoriteit op te schorten.
**3.** De opschorting en opheffing daarvan geschieden langs diplomatieke weg.
HOOFDSTUK III
Artikel 12
Opschorting
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2006