Naar hoofdinhoud
1. Alle verzoeken om uitlevering worden gedaan langs diplomatieke weg. 2. De volgende stukken worden ter ondersteuning van een verzoek om uitlevering overgelegd: in alle gevallen: gegevens betreffende de identiteit, de nationaliteit en, indien mogelijk, het signalement en de verblijfplaats van de opgeëiste persoon; een door een rechterlijk ambtenaar of overheidsfunctionaris opgestelde verklaring betreffende het strafbare feit ter zake waarvan om uitlevering wordt verzocht, onder vermelding van de plaats en het tijdstip waarop het is gepleegd, de omschrijving van het feit en de wettelijke bepalingen waarin het delict is omschreven, alsmede de toepasselijke straf. in geval van een persoon die wordt verdacht van een strafbaar feit: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het bevel tot aanhouding, uitgevaardigd in de verzoekende Staat; bewijsmateriaal dat, overeenkomstig de wetgeving van de aangezochte Staat, de uitvaardiging van een bevel tot aanhouding zou rechtvaardigen indien het strafbare feit in de aangezochte Staat zou zijn gepleegd. in geval van een persoon die wordt gezocht voor de tenuitvoerlegging van een vonnis: het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het vonnis of een ander stuk waaruit de veroordeling en de opgelegde straf blijken; indien een gedeelte van de straf reeds is ondergaan, een verklaring van een overheidsfunctionaris waarin het gedeelte dat nog moet worden ondergaan, is vermeld. ter ondersteuning van een verzoek van Trinidad en Tobago met betrekking tot een persoon die is veroordeeld doch aan wie nog geen straf is opgelegd, het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van het bevel tot aanhouding en het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van een stuk waaruit blijkt dat de betrokkene is veroordeeld en dat een straf zal worden opgelegd. 3. In geval van een persoon die bij verstek is veroordeeld, zijn de in het tweede lid onder de letters a en b genoemde vereisten met betrekking tot de te overleggen stukken van toepassing. Indien evenwel vaststaat dat de dagvaarding, waarin de datum en de plaats van de terechtzitting zijn vermeld, of het bij verstek gewezen vonnis aan de opgeëiste persoon in persoon is betekend, en die persoon niet is verschenen of door geen hoger beroep in te stellen geen gebruik heeft gemaakt van zijn recht op een nieuwe berechting, zijn de in het tweede lid onder de letters a en c genoemde vereisten met betrekking tot de te overleggen stukken van toepassing. 4. Om als bewijs erkend te worden in uitleveringsprocedures wordt een stuk dat is overgelegd ter ondersteuning van een verzoek om uitlevering, gewaarmerkt door een rechter, rechterlijk ambtenaar of functionaris in de verzoekende Staat, als zijnde het originele stuk waarin het bewijsmateriaal is vervat of vermeld of als zijnde een eensluidend afschrift van een dergelijk stuk. Elk stuk wordt gelegaliseerd door de eed van een getuige of door het officiële zegel van een minister of een secretaris of een andere functionaris van een overheidsdienst van de verzoekende Staat. 5. De vereisten in het vierde lid kunnen worden vereenvoudigd ten gevolge van wijzigingen in de nationale wetgeving van de Verdragsluitende Staten. Van zodanige vereenvoudigingen zal worden kennisgegeven door een uitwisseling van diplomatieke nota's. 6. Een vertaling van stukken die worden overgelegd ter ondersteuning van een verzoek om uitlevering die door de verzoekende Staat wordt verstrekt, wordt voor alle doeleinden in een uitleveringsprocedure erkend.

Rechtspraak bij dit artikel