Naar hoofdinhoud
1. Nederland is bevoegd bij het heffen van belasting van zijn inwoners in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Mongolië mogen worden belast. 2. Indien echter een inwoner van Nederland bestanddelen van het inkomen verkrijgt die volgens artikel 6, artikel 7, artikel 10, zesde lid, artikel 11, vijfde lid, artikel 12, vierde lid, artikel 13, eerste en tweede lid, artikel 14, artikel 15, eerste lid, artikel 19, eerste lid (onderdeel a), en tweede lid (onderdeel a), en artikel 22, tweede lid, van dit Verdrag in Mongolië mogen worden belast en die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen, stelt Nederland deze inkomensbestanddelen vrij door een vermindering van zijn belasting toe te staan. Deze vermindering wordt berekend overeenkomstig de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting. Te dien einde worden genoemde inkomensbestanddelen geacht te zijn begrepen in het bedrag van de bestanddelen van het inkomen die ingevolge die bepalingen van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld. 3. Nederland verleent voorts een aftrek op de aldus berekende Nederlandse belasting voor die bestanddelen van het inkomen die volgens artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, artikel 12, tweede en zevende lid, artikel 16, artikel 17 en artikel 18, eerste lid, van dit Verdrag in Mongolië mogen worden belast in zoverre deze bestanddelen in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen. Het bedrag van deze aftrek is gelijk aan de in Mongolië over deze bestanddelen van het inkomen betaalde belasting, maar bedraagt, ingeval de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting daarin voorzien, niet meer dan het bedrag van de vermindering die zou zijn verleend indien de aldus in het inkomen begrepen bestanddelen van het inkomen de enige bestanddelen van het inkomen zouden zijn geweest die uit hoofde van de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting van Nederlandse belasting zijn vrijgesteld. Dit lid zal een tegemoetkoming nu of in de toekomst verleend volgens de bepalingen in de Nederlandse wetgeving tot het vermijden van dubbele belasting niet beperken. Voor de toepassing van de verrekening in dit lid wordt de Mongoolse belasting, als gevolg van bijzondere stimuleringsmaatregelen, gericht op het bevorderen van de economische ontwikkeling van Mongolië, geacht 10 percent van het brutobedrag te bedragen in geval van inkomen als bedoeld in artikel 11, tweede lid. Deze bepaling is slechts van toepassing gedurende een tijdvak van 10 jaar na de datum waarop het Verdrag van toepassing is geworden. Dit tijdvak kan in onderlinge overeenstemming tussen de bevoegde autoriteiten worden verlengd. 4. Indien een inwoner van Mongolië inkomen verkrijgt dat overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag in Nederland mag worden belast, verleent Mongolië een vermindering van belasting naar het inkomen van die inwoner tot een bedrag dat gelijk is aan de in Nederland betaalde belasting. Deze vermindering overschrijdt evenwel niet dat deel van de belasting naar het inkomen, zoals deze is berekend vóór het verlenen van de vermindering, dat kan worden toegerekend aan het inkomen dat in Nederland mag worden belast. 5. Indien door een inwoner van Mongolië verkregen inkomen volgens een bepaling van het Verdrag in Mongolië van belasting is vrijgesteld, mag Mongolië niettemin bij de berekening van het bedrag van de belasting over het resterende inkomen van die inwoner het vrijgestelde inkomen in aanmerking nemen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel