Naar hoofdinhoud
Met het oog op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden dienen de Kuststaten en de Staten die op de volle zee vissen, bij het uitvoeren van de in het Zeerechtverdrag neergelegde plicht tot samenwerking maatregelen te nemen voor de instandhouding op lange termijn van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, en voor een optimaal gebruik daarvan; die maatregelen te baseren op de beste beschikbare wetenschappelijke gegevens en af te stemmen op behoud van de visbestanden of op herstel daarvan tot een niveau waarbij de maximale duurzame opbrengst wordt verkregen, daarbij rekening houdende met relevante milieutechnische en economische factoren, waaronder de bijzondere omstandigheden van ontwikkelingslanden, en met de visserijpatronen, de onderlinge afhankelijkheid van de visbestanden en algemeen aanbevolen internationale minimumnormen die in subregionaal, regionaal of mondiaal verband zijn vastgesteld; de preventieve aanpak toe te passen overeenkomstig artikel 6; te evalueren welke effecten de visserij, andere menselijke activiteiten en milieufactoren hebben op de bestanden die het doel zijn van de visserij en op de soorten die tot hetzelfde ecosysteem behoren of die verwant zijn met of afhankelijk zijn van genoemde doelbestanden; zo nodig instandhoudings- en beheersmaatregelen vast te stellen om de bestanden van soorten die tot hetzelfde ecosysteem behoren als of die verwant zijn met of afhankelijk zijn van de doelbestanden boven een niveau te houden of weer boven een niveau te brengen waarbeneden de reproduktie ernstig in gevaar kan komen; vervuiling, afval, teruggooi, vangsten door verloren gegaan of opgegeven vistuig, vangsten van niet-doelsoorten, zowel vis als andere soorten (hierna „niet-doelsoorten" genoemd), en de effecten van een en ander op verwante of afhankelijke soorten, in het bijzonder bedreigde soorten, tot een minimum te beperken via maatregelen die, in de mate van het mogelijke, ontwikkeling en gebruik omvatten van vistuig en vismethoden die selectief en milieuveilig zijn en waarvan de kosten/baten-verhouding gunstig is; de biodiversiteit in het mariene milieu te beschermen; maatregelen te nemen om overbevissing en overcapaciteit te voorkomen of daaraan een einde te maken en ervoor te zorgen dat de visserijinspanning niet groter is dan een niveau dat verenigbaar is met een duurzaam gebruik van de visbestanden; rekening te houden met de belangen van de zelfvoorzieningsvissers; overeenkomstig het bepaalde in bijlage I tijdig volledige en nauwkeurige gegevens over de visserijactiviteiten te verzamelen, waaronder gegevens met betrekking tot de positie van de vaartuigen, de vangsten van doelsoorten en niet-doelsoorten en de visserij-inspanning, en die gegevens, alsmede de informatie uit nationale en internationale onderzoekprogramma's met andere te delen; wetenschappelijk onderzoek te bevorderen en te verrichten, en technieken te ontwikkelen die kunnen bijdragen tot instandhouding en het beheer van de visbestanden, en de instandhoudings- en beheersmaatregelen toe te passen en te doen naleven via doeltreffende monitoring-, controle- en toezichtregelingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel