Naar hoofdinhoud
1. Onverminderd de in het Zeerechtverdrag vastgelegde soevereine rechten van de Kuststaten inzake exploratie, exploitatie, instandhouding en beheer van de levende rijkdommen van de zee in de gebieden onder hun nationale jurisdictie en het overeenkomstig het Zeerechtverdrag voor alle Staten geldende recht om hun onderdanen op de volle zee te laten vissen, dienen, voor de grensoverschrijdende visbestanden, de betrokken Kuststaten en de Staten waarvan de onderdanen op dergelijke bestanden in de aangrenzende wateren van de volle zee vissen ernaar te streven om rechtstreeks of via de geëigende samenwerkingsvormen als bedoeld in deel III tot overeenstemming te komen over de maatregelen die nodig zijn voor de instandhouding van de betrokken visbestanden in de aangrenzende wateren van de volle zee; dienen, voor de over grote afstanden trekkende visbestanden, de betrokken Kuststaten en de Staten waarvan de onderdanen in de regio op dergelijke bestanden vissen rechtstreeks of via de geëigende samenwerkingsvormen als bedoeld in deel III samen te werken om in de hele regio, zowel binnen als buiten de gebieden onder nationale jurisdictie, de betrokken bestanden te behouden en een optimaal gebruik daarvan te bevorderen. 2. Met het oog op de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden als totaliteit dienen de instandhoudings- en beheersmaatregelen die worden vastgesteld voor de volle zee en dergelijke maatregelen die worden aangenomen voor gebieden onder nationale jurisdictie, compatibel te zijn. Daarom hebben de Kuststaten en de Staten die op de volle zee vissen de plicht om samen te werken en ten aanzien van deze visbestanden compatibele maatregelen vast te stellen. Bij het vaststellen van compatibele maatregelen voor de instandhouding en het beheer van de visbestanden dienen de Staten rekening te houden met de instandhoudings- en beheersmaatregelen die door de Kuststaten overeenkomstig artikel 61 van het Zeerechtverdrag zijn vastgesteld en worden toegepast voor dezelfde visbestanden in de gebieden onder nationale jurisdictie en ervoor te zorgen dat maatregelen die voor die visbestanden in de volle zee worden vastgesteld de doeltreffendheid van de maatregelen van de Kuststaten niet aantasten; rekening te houden met maatregelen die eerder door de betrokken Kuststaten en op de volle zee vissende Staten overeenkomstig het Zeerechtverdrag voor dezelfde visbestanden zijn vastgesteld en worden toegepast; rekening te houden met maatregelen die eerder in het kader van organisaties en akkoorden voor visserijbeheer in subregionaal of regionaal verband overeenkomstig het Zeerechtverdrag voor dezelfde visbestanden zijn vastgesteld en worden toegepast; rekening te houden met de biologische eenheid die de visbestanden vormen en met andere kenmerken ervan en met de verbanden tussen de verspreiding van de visbestanden in de regio, de daar beoefende takken van visserij en de geografische bijzonderheden van de betrokken regio, met inbegrip van de mate waarin de visbestanden voorkomen en worden bevist in gebieden onder nationale jurisdictie; rekening te houden met de mate waarin de Kuststaten, respectievelijk de Staten die op de volle zee vissen, afhankelijk zijn van de betrokken visbestanden, en ervoor te zorgen dat die maatregelen niet schadelijk zijn voor de levende rijkdommen van de zee als totaliteit. 3. Bij het uitvoeren van hun plicht tot samenwerking stellen de Staten alles in het werk om binnen een redelijke termijn overeenstemming te bereiken over compatibele instandhoudings- en beheersmaatregelen. 4. Als het niet mogelijk blijkt binnen een redelijke termijn tot overeenstemming te komen, mag elk van de betrokken Staten een beroep doen op de in deel VIII vastgestelde procedures voor de beslechting van geschillen. 5. In afwachting van overeenstemming over compatibele instandhoudings- en beheersmaatregelen stellen de Staten, in een geest van onderling begrip en samenwerking, alles in het werk om tot voorlopige, praktische regelingen te komen. Als overeenstemming over dergelijke regelingen niet mogelijk blijkt, mag elk van de betrokken Staten het geschil, met het oog op voorlopige maatregelen, aan een hof of scheidsgerecht voorleggen overeenkomstig de in deel VIII vastgestelde procedures voor de beslechting van geschillen. 6. Bij voorlopige regelingen of maatregelen die worden aanvaard of opgelegd op grond van lid 5 moet rekening worden gehouden met de bepalingen in dit Deel en moet passende aandacht worden gegeven aan de rechten en verplichtingen van alle betrokken Staten; voorts dienen die regelingen of maatregelen uiteindelijke overeenstemming over compatibele instandhoudings- en beheersmaatregelen niet in gevaar te brengen of te belemmeren en wordt daarmee niet vooruitgelopen op de uiteindelijke uitkomst van een geschillenprocedure. 7. De Kuststaten informeren de Staten die op de volle zee in de subregio of regio vissen, rechtstreeks of in het kader van geëigende subregionale of regionale organisaties en akkoorden voor visserijbeheer, dan wel op een andere geschikte wijze, over de maatregelen die zij hebben vastgesteld met betrekking tot de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden in de wateren onder hun nationale jurisdictie. 8. De Staten die op de volle zee vissen, informeren de andere betrokken Staten, rechtstreeks of in het kader van geëigende subregionale of regionale organisaties en akkoorden voor visserijbeheer, dan wel op een andere geschikte wijze, regelmatig over de door hen vastgestelde maatregelen voor regulering van de activiteit van vaartuigen die hun vlag voeren en die op de volle zee op de betrokken bestanden vissen.

Rechtspraak bij dit artikel