Naar hoofdinhoud
1. Bij de oprichting van subregionale of regionale organisaties en bij het aangaan van subregionale of regionale akkoorden voor het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden dienen de Staten onder andere overeenstemming te bereiken over de visbestanden waarvoor de instandhoudings- en beheersmaatregelen gelden, daarbij rekening houdende met de biologische kenmerken van de betrokken bestanden en de aard van de betrokken visserij; het toepassingsgebied, daarbij rekening houdende met artikel 7, lid 1, en de kenmerken van de subregio of regio, waaronder sociaal-economische, geografische en milieutechnische factoren; de verhouding tussen de werkzaamheden in het kader van de nieuwe organisatie of het nieuwe akkoord en de taak, de doelstellingen en activiteiten in het kader van bestaande organisaties en akkoorden voor visserijbeheer, en de wijze waarop in het kader van de organisatie of het akkoord wetenschappelijk advies zal worden verkregen en de situatie van de visbestanden zal worden besproken, waaronder, zo nodig, de oprichting van een wetenschappelijke adviserende instantie. 2. De Staten die samenwerken voor de oprichting van een subregionale of regionale organisatie of de totstandbrenging van een subregionaal of regionaal akkoord voor visserijbeheer, geven daarvan kennis aan andere Staten waarvan hun bekend is dat zij een reëel belang hebben bij de werkzaamheden in het kader van de beoogde organisatie of het beoogde akkoord.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel