Naar hoofdinhoud

DEEL II › HOOFDSTUK 2

Artikel 35

Onaansprakelijkheid van de postdiensten

Onderdeel van Algemeen Postverdrag· Ondernemingspraktijk

Deze tekst geldt sinds 11 oktober 2004

1. De postdiensten zijn niet langer aansprakelijk voor aangetekende zendingen, zendingen met bewijs van afgifte, pakketten en zendingen met waardeaangifte zodra zij deze hebben besteld overeenkomstig de voorschriften van hun Regelingen inzake dergelijke zendingen. Zij zijn echter nog wel aansprakelijk: wanneer ontvreemding of beschadiging wordt vastgesteld, hetzij vóór, hetzij tijdens de bestelling van de zending; wanneer de geadresseerde, of in geval van terugzending de afzender, een voorbehoud maakt bij de inontvangstneming van een gedeeltelijk ontvreemde of beschadigde zending, wanneer het binnenlandse reglement dit toestaat; wanneer de aangetekende zending werd besteld in een brievenbus, wanneer het binnenlandse reglement dit toestaat, en de geadresseerde tijdens de klachtenprocedure verklaart deze niet te hebben ontvangen; wanneer de geadresseerde of in geval van terugzending de afzender van een pakket of een zending met waardeaangifte, niettegenstaande het feit dat hij daarvoor op de voorgeschreven wijze voor ontvangst heeft getekend, onverwijld aan de postdienst die hem de zending heeft uitgereikt te kennen geeft dat hij schade heeft vastgesteld. De betrokkene dient aan te tonen dat de ontvreemding of beschadiging niet na de bestelling heeft plaatsgehad. 2. De postdiensten zijn niet aansprakelijk: in geval van overmacht, onder voorbehoud van artikel 12.4; wanneer zij, zonder dat hun aansprakelijkheid op een andere manier wordt bewezen, geen rekenschap kunnen afleggen voor de zendingen als gevolg van vernieling van de dienstbescheiden die voortvloeit uit een geval van overmacht; wanneer de schade is veroorzaakt door een fout of nalatigheid van de afzender of voortvloeit uit de aard van de inhoud; wanneer het zendingen betreft waarvan de inhoud valt onder de verbodsbepalingen van artikel 25, en voor zover deze zendingen vanwege hun inhoud door de bevoegde autoriteit zijn geconfisqueerd of vernietigd; in geval van inbeslagname krachtens de wetgeving van het land van bestemming, na kennisgeving door de postdienst van dat land; wanneer het gaat om zendingen met waardeaangifte waarbij een frauduleuze aangifte is gedaan van een waarde die hoger is dan de werkelijke waarde van de inhoud; wanneer de afzender binnen de termijn van zes maanden, te rekenen vanaf de dag volgend op de dag van terpostbezorging van de zending, geen klacht heeft ingediend; wanneer het pakketten van krijgsgevangenen of civiel geïnterneerden betreft. 3. De postdiensten aanvaarden geen aansprakelijkheid uit hoofde van douaneaangiften, in welke vorm dan ook, of beslissingen die door de douanediensten worden genomen bij de verificatie van de aan douanecontrole onderworpen zendingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel