Naar hoofdinhoud
1. Indien een met de begeleiding belaste ambtenaar van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van doorreis krachtens deze Overeenkomst een opdracht uitvoert, tijdens de uitvoering of ter gelegenheid van de opdracht schade lijdt, neemt de administratie van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij de betaling van de verschuldigde vergoedingen overeenkomstig het nationale recht voor haar rekening. De verzoekende Overeenkomstsluitende Partij verhaalt de door haar betaalde vergoedingen niet op de Staat van doorreis tenzij de schade met opzet of door grove schuld is veroorzaakt dan wel door een handelen of nalaten onder verantwoordelijkheid van de Staat van doorreis. 2. Indien een met de begeleiding belaste ambtenaar van de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij, die op het grondgebied van doorreis krachtens deze Overeenkomst een opdracht uitvoert, tijdens de uitvoering of ter gelegenheid van de opdracht schade veroorzaakt, is de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aansprakelijk voor de schade veroorzaakt aan goederen of aan elke andere persoon dan de begeleide vreemdeling, overeenkomstig het recht van de aangezochte Overeenkomstsluitende Partij als Staat van doorreis. Indien voorgenoemde ambtenaar schade veroorzaakt jegens de te begeleiden vreemdeling, is de verzoekende Overeenkomstsluitende Partij aansprakelijk voor de veroorzaakte schade, overeenkomstig haar eigen recht. 3. De Staat van doorreis op het grondgebied waarvan de schade als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, is veroorzaakt, neemt op zich deze schade te vergoeden op de wijze waarop zij daartoe gehouden zou zijn, indien de schade door haar eigen ambtenaren zou zijn toegebracht. 4. De Overeenkomstsluitende Partij waarvan de ambtenaren op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij schade als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, hebben veroorzaakt, betaalt laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij het volledige bedrag aan schadevergoeding terug dat deze aan de slachtoffers of hun rechthebbenden heeft uitgekeerd. 5. Onverminderd de uitoefening van haar rechten jegens derden en met uitzondering van het bepaalde in het vierde lid, zien de Overeenkomstsluitende Partijen in het geval als bedoeld in het tweede lid, eerste volzin, ervan af de door hen geleden schade op de andere Overeenkomstsluitende Partij te verhalen.

Rechtspraak bij dit artikel