Naar hoofdinhoud

TITEL II

Artikel 11

Artikel 11

Onderdeel van Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden· Internationaal publiekrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juni 2005

1. De Partijen verplichten zich ertoe te erkennen dat iedere persoon die tot een nationale minderheid behoort, het recht heeft zijn geslachtsnaam en voornamen in de minderheidstaal te gebruiken en het recht heeft op officiële erkenning daarvan, overeenkomstig de in hun rechtsstelsel bepaalde modaliteiten. 2. De Partijen verplichten zich ertoe te erkennen dat iedere persoon die tot een nationale minderheid behoort, het recht heeft zichtbaar voor het publiek in zijn minderheidstaal tekens, inscripties en andere informatie van particuliere aard te tonen. 3. In gebieden die van oudsher in groten getale worden bewoond door personen die tot een nationale minderheid behoren, streven de Partijen ernaar, in het kader van hun rechtsstelsel, met inbegrip, indien van toepassing, van overeenkomsten met andere Staten en met inachtneming van hun specifieke omstandigheden, van oudsher bestaande plaatsnamen, straatnamen en andere voor het publiek bestemde topografische aanduidingen ook in de minderheidstaal aan te geven wanneer er voldoende vraag naar zulke aanduidingen bestaat.

Rechtspraak bij dit artikel